|
10
|
Vaarwel Horstacker |
29 juni 2011 |
|
Het is zover! Met
blijdschap begroet ik het mooie nieuws dat de Magixx ook volgend jaar
weer te bewonderen zijn! Hulde en dank voor allen die dat toch maar weer
voor elkaar hebben gekregen.
Het tweede nieuws
geeft echter alle reden tot een reflectie. De thuisbasis wordt de nieuwe
sporthal in Wijchen. Zou voor mij goed nieuws moeten zijn, want de
afstand naar een training of wedstrijd wordt tot de helft gereduceerd.
De sporthal zelf mag er ook wezen. Moest laatst kleindochter Lisa voor
een wedstrijd daar naar toe brengen en benutte die mogelijkheid om eens
op het gemak rond te snuffelen. Het zag er allemaal geweldig uit! Daar
kun je mee voor de dag komen.
Maar toch…..
De Horstacker is
in heel Nederland een begrip geworden. De bezoekende clubs kwamen
allemaal behoorlijk onzeker het oude pand binnen. Ze wisten dat hen een
heet avondje te wachten stond. De Magixx-fans, bijna op het veld
gezeten, waren de gevreesde zesde man. Wat ooit, in een ver
voetbalverleden “de Hel van Deurne” was, had in de Horstacker zijn
gelijke gevonden: in die vervallen, betonnen bak in een: voorstadje van
Antwerpen, kon het ook zo spoken. Bezoekende ploegen stonden bij het
betreden van het veld al met 1 – 0 achter. Oud maar sfeervol! En zo was
het ook met onze thuishaven gesteld. Supporters kwamen binnen en konden
blindelings naar hun vaste plaats stappen. De meesten op de
uitschuifbare tribunes aan de zijkant, anderen zaten steevast op de
“Trommelaartribune”. De statafels van Magixx 13 waren uniek in
Nederland. De hoge vaste tribune was voor de sponsors, net als de ruimte
rechts achterin, waar na afloop de persconferentie werd gehouden. Een
onooglijke, maar, juist daardoor ontzettend gezellige plaats om te
vertoeven. Net als de kantine. De dames en heren achter de bar kenden
hun klanten. Over kennen gesproken: iedereen kende elkaar. En dat kwam
natuurlijk omdat de ruimte beperkt, maar juist daardoor zo uitnodigend
was! Voorzitter Frans op zijn vaste plaats, staand rechts voorin.
Uiterlijk onbewogen, maar op de vele spannende momenten met een
hartslag, die normaal bij colbeklimmende renners in de Tour wordt
gemeten. René en Willy, stand-by om weer eens de tijdapparatuur te
beklimmen. Oma, dochter en kleindochter Cornelissen, met hun kolossale
ratels altijd op post. Brigitte, als een tijgerin rondsluipend op zoek
naar treffende foto’s. Kippenvel als het licht uitging en de spelers van
de Magixx het veld opkwamen. Mascotte Maxx, de dartele krokodil. De
oogverblindende cheerleaders, voor wie elke time-out een feest was. De
dj van dienst, die zijn geluiden dwars door je hersenpan heen dreunde.
Heinz, de trommelaar. De tafels voor de pers, waar Herman Wissink,
Pieter Poortinga, Pieter van Groenestijn en af en toe ondergetekende,
met gevaar voor eigen leven (doorschuivende spelers), hun stukjes
schreven. De kaartjeshoek met de alom aanwezige Nijmegenboy. De
merchandising corner van eerst Astrid en na haar tragisch overlijden van
Joke. Mijn eigen plaatsje op de eerste rij, met dochter en
kleinkinderen: 3 generaties. Naast Jan, die me de spelregels leerde. De
unieke bar in de zaal, waar je, als het echt te spannend was, even een
glaasje moed kon drinken. Af en toe liep ik naar de plaats waar
voorzitter Frans stond. Alleen maar voor de kick die je kreeg als je
naar die limegroene massa keek. Weer kippenvel! In de pauze door die
versleten gang naar buiten. Vlug een sigaret. Met Jerry, Wim, Marion,
Karin, Erika, en al die andere “frisseluchthappers”. Commentaren over de
wedstrijd beluisteren. Vaak samen met de supporters van de bezoekers:
“Wat is het hier toch altijd gezellig!”
Tja, dat was het.
Gezellig. Alles kwam op die donderdag- of zaterdag samen: het gebouw, de
supporters en de sfeer. Nergens anders vertoond in Nederland. Geen
wonder dat de supporters uit heel Nederland juist in de Horstacker het
afscheid van het seizoen kwamen vieren tijdens het supporterstoernooi.
In die
Horstacker-jaren zijn vele spelers gekomen en gegaan. Financiën was
altijd de achilleshiel. Vorig jaar scheelde het niet veel of de Magixx
hielden op te bestaan, wat een supporter aldus verwoordde: “Wat moet ik
nou zaterdagavond zonder de Horstacker!”
Het gebouw dat
basketbalminnend Nijmegen en verre omstreken samenbracht. Waar emoties
hoogtij vierden. Waar Michael Schuurs een standbeeld verdiende. Net als
al die vrijwilligers die ’s middags ervoor zorgden dat we ’s avonds
konden genieten. Waar heel basketballend Nederland over sprak.
Waar ik nog zo
graag langer had willen blijven…….
Freddy Klooté
|
|
9
|
Wachten is pijnlijk en slagen is goud |
24 juni 2011 |
|
Weer roerige
tijden achter de rug in huize Klooté. Kleindochter Lisa (je weet wel,
mijn PA voor de interviews) had eindexamen gedaan. Vier jaar lang was ze
dagelijks naar opa gekomen om 1. Huiswerk te maken 2. Hapjes en drankjes
te nuttigen 3. Over basketbal in het algemeen en de Magixx in het
bijzonder te praten. De volgorde kon nog wel eens wisselen! Meteen na
het examen breekt er een tijd aan van opluchting, vrije tijd en vooral
uitslapen. De uitslag is pas over drie weken. Dat is nog ver weg.
Net zoiets als na
de laatste wedstrijd van de Magixx. “Zo, het was een mooi seizoen. Nu
een paar maanden niks en dan gaan we er weer tegenaan.” De eerste tijd
lukt dat aardig, maar dan begint er heel ongemerkt wat te knagen.
Bij het examen is
dat na twee weken. Dan komt het besef dat over zeven dagen het oordeel
geveld is. Lisa’s tweets begonnen steeds vaker over het examen te gaan.
Toen de dag des oordeels definitief was aangebroken was ze zelfs een
beetje zenuwachtig. En dat is niets voor haar. Voor mij wel. Wie mij
kent, weet dat bij spannende momenten tijdens wedstrijden, ik het liefst
de zaal een moment verlaat. Een smoes is licht gevonden. Thuis bij
Cybersports laat ik wel eens honden uit. Voor de uitslag van het examen
had de organisatie een methode bedacht, die, als je er een rechtszaak
van zou maken, tot een levenslange gevangenisstraf zou leiden. Tussen
17.00 en 18.00 uur zou de examenkandidaat bij een negatief resultaat
gebeld worden. Dat betekent dus: een uur wachten voor rustige mensen, en
ÉÉN UUR WACHTEN voor mensen zoals ik. Ik had wel alle
voorzorgsmaatregelen genomen. De klok was van de muur gehaald en mijn
polshorloge lag in een andere kamer. Zelf zat ik – alleen (mijn vrouw
weet precies wanneer ik alleen wil zijn) – op mijn werkkamer. De toren
van de Elisabeth sloeg 5 keer, mijn hart wat meer, en de strijd tegen de
klok was begonnen. Ik had een sudoku klaargezet op mijn pc, maar na
ampele seconden was ik al afgeleid. Dan maar naar het laatste nieuws
kijken, maar dat veranderde ook niet veel. Buiten kwam een bootje de
haven binnen: “Ha! Afleiding!” Maar het was een bekende, die zijn
ligplaats snel had gevonden. Als het zo doorging had ik die van mij ook
snel gevonden: Ik kreeg het warm, en mijn hartslag was beduidend
sneller dan normaal. Wat zweetdruppels waren gealarmeerd om voor wat
afkoeling te zorgen, en waren snel ter plekke. Nou, de helft van de tijd
zou er nu wel opzitten. Ik keek onderaan op mijn scherm en zag daar tot
mijn verbijstering 17.05 staan. Godver… nog maar vijf minuten voorbij.
“Dit red ik nooit,” flitste het door mijn hoofd. Aan de overkant liep
mevrouw Punt met haar hondje voorbij. Even schoot het door mijn hoofd:
“Ik duw haar omver en ga met haar hondje wandelen!” Verderfelijke
gedachte. Bovendien draaide ze het hoekje om en kon ik haar toch niet
meer inhalen.
Zo verstreken de
seconden. Auto’s reden voorbij en mensen stonden met elkaar te kletsen
alsof er niets aan de hand was. Ik liep naar de badkamer en stak mijn
hoofd onder de koude kraan. Dat hielp. Even. Een bijna-botsing tussen
twee auto’s op de kruising onder mij, bracht enige ontspanning. Ik
hoopte dat de chauffeurs uit zouden stappen en eens flink op de vuist
zouden gaan. De slappelingen staken echter een hand op en vervolgden hun
weg. Weer een hond! Zijn baasje was echter veel te groot en sterk. Geen
optie. Die man had trouwens vroeger nog bij Feyenoord gevoetbald. Had
ook nog in België gespeeld. Trouwens, van de Magixx spelen er inmiddels
toch ook wel wat in dat land. Langzaam gleden mijn gedachten naar de
Magixx en de oud-spelers. Tot de telefoon ging. Als een granaat sloeg
het geluid in. Het werd beurtelings zwart en rood voor mijn ogen. Mijn
handen trilden toen ik de telefoon oppakte. Ik keek naar de tijd: 17.50.
“Mijn God!!! Foute boel!! Ojee, gezakt.
“Hey Fredje,” riep
de vrolijke stem van mijn zus uit Brussel, “al nieuws over Lisa?” Ik
vroeg haar rustig (denk ik) of ze over een half uurtje wilde
terugbellen. “Spannend hè?” riep ze nog. “Nog tien minuten,” dacht ik,
en hing op. Om 18.00 uur kondigde de klok met zijn zes slagen het einde
van het tijdperk “wachten op een uitslag” aan. De ontlading mocht er
wezen, net als de koppijn de volgende dag. Conclusie: “Hoe dichter je
betrokken bent bij iets of iemand, des te zwaarder is het wachten op
nieuws.
’s Avonds keek ik,
zoals elke dag wel een paar keer op de site van Magixx en DoubleXX. Ik
merkte het stijgende ongeduld op van fans. Een soort machteloosheid.
Zoiets van “we weten wel dat de onderhandelingen in volle gang zijn,
maar we willen zo graag iets weten! Zeg ons iets, al is het niets!” Als
het begrijpelijke ongeduld dan nog eens gevoed wordt met allerlei
geruchten, dan heeft dat het effect van het eerder genoemde telefoontje
van mijn zus. Wachten heeft iets onmenselijks. Het zou een straf voor
Job geweest kunnen zijn. Erger nog dan sprinkhanen! En het grootste
onrecht eraan is dat de grootste fans het meeste lijden. Die maak je
echt niet blij met het vaak gehoorde “het komt wel goed!”
Tja, het lot van
fan-zijn wordt soms hard op de proef gesteld. En dan te weten, dat, als
het goede nieuws er dan eindelijk is, de volgende wachttijd begint:
“Welke spelers zijn er al?” Met de bijbehorende geruchten uiteraard.
Tja, misschien
moeten we maar postzegels beginnen te verzamelen.
Freddy Klooté
|
|
8
|
Halve finale |
26 april 2011 |
|
Vanochtend
opgestaan met vreselijke pijn aan de billen. Ik kon bijna niet zitten!
Dus snel naar de huisarts. Na tien minuten wachten op een keiharde stoel
strompelde ik het kamertje van de dokter binnen. Omdat zijn drie
kinderen bij mij op school hebben gezeten, is onze verstandhouding
opperbest. “Jeetje Freddy, wat heb jij uitgespookt?” vroeg hij. Ik
vertelde mijn klacht en niet veel later hing mijn broek op mijn schoenen
en volgde een uitgebreid en pijnlijk onderzoek. “Dit heb ik nog nooit
meegemaakt,” mompelde hij. “Heb je dit al lang?” Mijn antwoord was
ontkennend, met een toch wel bezorgde ondertoon! Als mijn huisarts, die
toch ook al tegen de zestig loopt, iets nog nooit heeft meegemaakt, kan
dat niet veel goeds betekenen. Hij ging achter zijn bureau zitten en
trommelde er met zijn vingers op. “Je bent zwaar overspannen in de
bilspieren. Heb je de laatste week langdurig en hard met de billen
samengeknepen gezeten?” informeerde hij. Ik kon niets anders dan een
hartgrondig “ja” brommen, en begon te vertellen van de play-offs tegen
Aris. Hij keek me een halve minuut ernstig aan. Mijn hart sloeg een paar
keer over. Toen schoot hij keihard in de lach! Het ging over in een
soort slappe lach, en ik grinnikte aarzelend mee. “Ja, jongen, dat wordt
een wedstrijdverbod. Zeker een paar maanden niet meer naar een wedstrijd
tegen Aris kijken!” bulderde hij nog, bijna stikkend in de lach.
Opgelucht stond ik even later buiten. Jeetje, dit vertel ik echt tegen
niemand!
Tja, het waren
me de wedstrijden wel tegen die taaie Leeuwarders. Maar goed, we hebben
gewonnen en kunnen nu uitkijken naar de wedstrijden tegen Leiden. En
daar hebben we nog een paar fikse zakken appels mee te schillen. Vier
keer tegen verloren dit seizoen. Het is eigenlijk alleen maar goed te
maken door er drie keer van te winnen.
Ik heb eerder
de Friezen een taai volkje genoemd, maar vergeleken bij de Leidenaren
zijn het kleine jongens. Denk maar aan de 80-jarige oorlog. Grote legers
Spanjaarden belegerden Leiden. Inname was een kwestie van enkele dagen.
En wat deden ze daar in Leiden? Niks overgeven! Ze staken de dijken door
en de Spanjaarden moesten na twee maanden er als een speer vandoor,
teneinde niet letterlijk kopje onder te gaan! De Geuzen kwamen op hun
platte schuiten binnen en deelden haring en wittebrood uit. En de
vijand? Nooit meer gezien! En daar moeten wij, Magixx zondag naar toe.
Ik raad mensen zonder zwemdiploma af, de reis naar die stad te maken. ZZ
staat dan wel voor Zorg en Zekerheid, maar ik wed dat dat zeker niet
voor mensen in het lime-groen geldt!
Nu hebben wij
natuurlijk een groot strateeg in ons midden. Iemand die alle
voorspellingen aan het begin van het seizoen aan zijn laars lapte, en
met veel zorg en langzaam aan ook veel zekerheid zijn lime-groene leger
eerst naar de final four van de beker loodste, en nu ook de halve finale
van het kampioenschap heeft bereikt. Ze zullen daar in Leiden, ondanks
de eerder genoemde overwinningen, toch wel wat voorzichtiger geworden
zijn. Onze strateeg, coach Michael Schuurs, heeft het strijdplan vast al
met de boys besproken. Bovendien, wie die tot de laatste seconde en
zelfs daarna, doorvechtende Leeuwarders kan verslaan, hoeft voor de
haring-en-wittebrood-eters ook niet bang te zijn.
Ik ben blij dat
we al een aantal maanden gespaard hebben, zodat we met een autovol
lime-groene optimisten, zondag naar Leiden kunnen trekken. Nijmegen,
waar we gewend zijn aan opkomend water, zal zich niet als Spanjolen
laten wegjagen!
Freddy Klooté
|
|
7 |
Stil |
26 april 2011 |
|
Het was stil in
de auto op de o zo lange terugreis uit Leeuwarden. De vijf inzittenden
zaten allemaal in gedachten verzonken. We verlieten Leeuwarden en kwamen
Friesland binnen. Deze laatste zin vraagt uitleg. Na de wedstrijd zat ik
met een aantal Leeuwarder vrienden na te praten over de gebeurtenissen
van de afgelopen middag in het algemeen, en de overwinning van Aris in
het bijzonder. Het gesprek kwam toevallig op mijn vorige column. Ze
vonden hem leuk, maar….. ik had me behoorlijk vergist in geografische
liggingen en gevoelens. Leeuwarden is geen Friesland en heeft er ook
niets mee te maken. Sterker nog: Leeuwarders willen er ook niks mee te
maken hebben. “Friesland is het gebied dat rondom Leeuwarden ligt”, was
de les die me behoorlijk ingeprent werd. Ze wilden ook niets horen van
Romeinen of Bonifacius. Nee, dan hadden ze wel andere markante figuren
van toen en nu: Mata Hari, Peter Hainje (de Kannenman), Zwarte Barre,
Bonne, en niet te vergeten Slanke Willem(door de politie opgepakt wegens
diefstal van een koe. Willem: “Ik hew alleen mar een stukje touw vanne
grond afgepakt. Kon ik het helpe dat er een koei aan vast zat?”)
En nu wordt
daar Todd Brown aan toegevoegd. De koelbloedigheid waarmee hij de twee
vrije worpen benutte oogstte lof bij vriend en vijand. En dat op het
eind van een wedstrijd waarvan bijna niemand een moment het idee had dat
Magixx kon verliezen. De hele wedstrijd stonden we voor en was er niks
aan de hand. Het enige grappige was dat als één van de scheidsen floot
iedereen in de hal zich afvroeg voor wie de vrije worp was. De verkeerde
speler aanwijzen voor een PF was ook lachen geblazen. Onderling overleg
over wie de bal moest krijgen was toppie! Het nare van dat grappige was
dat er vier keer tien minuten zo willekeurig gefloten werd. Maar ach, de
heren hadden er zelf wel schik in, dus laat die mensen ook eens een
moment van geluk en macht beleven.
Voor vriend
Peter Hainje was het een middag, waarbij zijn hart zich herhaaldelijk
afvroeg waar het baasje toch mee bezig was! In het laatste kwart heb ik
nog even naast hem gezeten. Hij was er echt van overtuigd dat ze zouden
verliezen, en heeft me zeker 14 keer gefeliciteerd. Hij rende een paar
keer driftig naar de basket omdat ook hij in het grapje van de
fluitisten trapte. Ze floten precies de andere kant uit dan Peter
gedacht had. Hij snapte er niets van en werd helemaal wanhopig. Na
afloop van het toch weer spannende duel, kreeg Peters hart het alweer
zwaar te verduren. Vreugde over iets wat je niet meer gedacht had, is
dubbel zo groot.
Aan de
stamtafel na afloop kwam nog een vreemd fenomeen naar voren. Nadat ik
geklaagd had over het gefluit van het Leeuwarder publiek richting Nick
Oudendag kreeg ik als antwoord: “Nick heeft afgelopen zaterdag de hele
wedstrijd tegen Adako lopen zieken, spampen en duwen!” Toen ik
antwoordde dat ik net het omgekeerde had gezien, ook de hele wedstrijd,
moesten we allemaal wel lachen en zagen we in dat er met verschillende
supportersogen naar een wedstrijd wordt gekeken. Het niet geven van een
aangeboden hand van Nick aan Sanchez, bleef echter onvergeten en
rechtvaardigde volgens de Leeuwarders het boegeroep. Ik vind het toch
echt niet bij basketbal horen.
Het bleef stil
in de auto. Tot in Nijmegen. Toen klonk het van achteruit het voertuig:
“Als je godver maar weet dat we ze donderdag pakken!”
Freddy Klooté |
|
6 | Taai volkje |
22 april 2011 |
|
Om Friezen te
verslaan moet je van goeden huize komen. Ze zijn best vriendelijk, maar
laten bijna nooit het achterste van hun tong zien. Uitzonderingen
daargelaten natuurlijk. Ik denk daarbij aan mijn goede vriend Peter “de
Kannenman”: fervent supporter, met een temperament dat eerder zuiders is
te noemen. Vlak achter de reclameborden te vinden. Een foutieve
beslissing van een scheids kan steevast rekenen op een ..eh.. ferme
reactie. Bij thuiswedstrijden zit hij meestal “achter de basket”, een
plaats die de laatste maanden zo langzamerhand een Geuzenstatus heeft
gekregen. Maar ook een supporter, die na verlies je als eerste de hand
komt schudden.
Tja, die
Friezen. Eerst gooiden ze de Romeinen eruit! Bij de Slag van Baduhenna
waren ze de onderdrukking beu en hakten ze 900 Romeinen in topvorm de
pan in.
Zo’n 700 jaar
later dacht ene Bonifacius dat hij de Friezen wel even op andere
gedachten kon brengen. Helaas voor hem was het tevens zijn laatste
gedachte. Als je ze tergt, ben je zwaar de pineut!
En wie treffen
we in de eerste play-offs? Juist, die Friezen. En hebben we ze getergd?
Ik ben bang van wel. Van de vier wedstrijden wonnen wij er drie. En hoe!
Na overtime, na een onoverbrugbare voorsprong en nog eens op het
nippertje. De laatste wedstrijd hebben zij gewonnen. Onopvallend, want
slim zijn ze ook nog eens. De echte Romeinse en Bonifaciaanse wraak
hebben ze, diep in hun ziel, bewaard voor de play-offs. We zullen het
vóór de wedstrijd niet merken. De supporters uit het noorden zullen,
vrolijk als altijd, buiten de Horstacker, rustig, samen met de
Magixxfans, hun sigaretje roken. De spelers doen gewoon hun
opwarmingsoefeningen. Niets aan de hand! Zou je denken. Maar als de
spelers worden voorgesteld, zal het meegereisde leger Friezen heel
zachtjes hun volkslied zingen. En dan lekker gaan zitten om ooggetuige
te zijn van “de slachting van de Magixx”. En dan kunnen wij wel zeggen
dat we voor Kidsrights spelen, daar zal geen lieve moedertje aan helpen.
Rijst de vraag
of we als supporters beter thuis kunnen blijven. Het antwoord daarop is
een driewerf “NEEN!” De winst op de Romeinen en het “neerbijlen” van
Bonifacius gebeurden namelijk zonder supporters van de verliezers.
Aha!!! Er is
dus nog hoop? Jazeker. Zie hier mijn strijdplan.
Punt 1. De
Horstacker zit mudjevol met lime-groen gekleurde supporters. (Dankjewel
sponsors). Vanaf het beginsignaal maken we een lawaai dat het denken van
de Friezen volledig op tilt doet slaan.
Punt 2. Heinz
de Trommelaar dirigeert de kolkende massa in hun tot in die andere stad
in Gelderland, welke naam ik niet wil noemen, te horen aanmoedigingen.
Punt 3. Een
scheidsrechterlijke dwaling? We laten ons daardoor niet afleiden, want
we moeten geconcentreerd blijven!
Punt 4. Dit is
het belangrijkste punt. De overwinning moet een volledige knock-out
zijn, zodat de spelers van de Aris bij de return al bij voorbaat van
angst in de broek doen. Wat zeg ik? Zodat die spelers op de terugreis
maar aan één ding denken: hoe verzin ik een smoes om maandag niet mee te
hoeven doen!
Nog een tip
voor coach Michael: ga niet verkleed als oude Romein, en zeker niet als
Bonifacius langs de lijn staan.
Ik heb me wel
voorgenomen om met vriend Peter na afloop een biertje te drinken. Ik zal
proberen hem te vertellen dat er best wel ergere dingen in het leven
zijn. Proberen, zei ik. Hem kennende zal dat nog de moeilijkste klus van
de avond worden!
Freddy Klooté
|
|
5 |
Trainen, Toestanden en Topsport |
6 maart 2011 |
|
Na
een alweer gewonnen thuiswedstrijd van de Magixx, werd ik door Graham
Hickford nog blijer gemaakt. “We zijn weer begonnen met de voorbereiding
van het dartstoernooi van Magixx 13,” vertelde hij met een brede grijns.
“Ga weer maar vast oefenen, en houd rekening met zijwind,” ging hij
verder, refererend aan mijn desastreuze laatste worp van verleden jaar.
Ik droom er nog wel eens akelig van, vooral na zwaar tafelen. Immers,
vlak voor die beslissende worp op de double 4, deed voorzitter Frans de
deur van de gang open, en door de flinke bries die de kantine
binnenkwam, trilde mijn werphand en miste ik het beoogde vak met een
luttele millimeter. Exit!!!
Een nieuwe kans dus.
Mijn fysiotherapeut Marieke gebeld, en de volgende ochtend zat ik haar
mijn verhaal te vertellen. Ze is er een met stevige handen, die ze
bovendien ook snel en vaardig uit de mouwen weet te steken. In een mum
van tijd zat haar kamertje vol: Nathalie, de voedingsconsulent, Bob, de
sportpsycholoog en Maria, de inspanningsfysioloog. Het loog er niet om!
Omdat alle
deskundigen in hetzelfde gebouw werkten, was een strak schema snel
gemaakt. Drie dagen later kon ik starten en zat ik de komende maanden
twee maal per week van 08.00 to 12.00 uur onder de pannen. Thuisgekomen
ging ik naast mijn vrouw op de bank het schema zitten doornemen. “Staat
stofzuigen, vaatwasser leeghalen en bed opmaken er ook op?” vroeg ze. Ik
meende een lichte spot in haar stem te horen, en keek in haar helblauwe
ogen, die me ruim 45 jaar geleden hadden doen smelten. Gelukkig geen
spoortje spot te bekennen. Frappant was wel dat ze in de 23 pagina’s ge-
en verboden meteen de achilleshiel wist te vinden: “Iedere dag 10
kilometer lopen! Oeps, daar ga je!” zei ze, wetend dat ik de schurft aan
lopen heb, en mijn benen vrijwel uitsluitend gebruik om ze voorzichtig,
maar wel gestrekt, op de bank neer te leggen. “Oh, eh, dan doe ik in
plaats van dat lopen die huiselijke karweitjes wel”, probeerde ik. Tot
mijn verbazing stemde ze daar meteen mee in. “En die rode bietjes en de
prei in het voedingsschema? Wat gaat meneer daar mee doen?” Ik krijg dat
echt niet door mijn strot, dus inventiviteit was geboden. “De wc er ook
bij doen?” probeerde ik. “Dat is dan voor de bietjes,” zei ze. Nondeju,
de tegenpool van de helblauwe ogen draaide op volle toeren. Even, heel
even, flitste een visioen van het verbreken van onze, destijds op
officiële papieren vastgelegde, 45-jarige verbintenis door mijn
hersenpan. “Ok, voor de prei de badkamer dan?” ging ik door de knieën.
Hiermee was het schema ook thuis door de commissie gekomen.
Tijd dus om “HET
GROTE WERK” aan te vangen. Ik werd fysiek en psychisch gemasseerd; at de
meest vreselijke dingen, dronk per dag een halve Maas leeg en ging te
voet naar de 100 meter verderop gelegen C1000. Het huis zag er picobello
uit. Vond ik. Bijna iedereen was tevreden over mijn vorderingen. Alleen
Maria snapte maar niet dat ik, ondanks de dagelijkse 10 km, al na 20
meter lopen op de band, naar buiten moest om wat frisse lucht te
krijgen. Hijgend stond ik daar. Alleen, om de hoek van het medisch
centrum. Mijn sigaretje smaakte niet. Ik miste waarschijnlijk Jerry,
Marion, Jan en Karin, Wim, Ab, Richard en al die andere Magixxfans met
wie, in de rust van een wedstrijd, onder het afdakje van de Horstacker,
een peuk een ware delicatesse was. En dan moest het echte werk, het
gooien van de pijltjes, uiteraard ook nog gebeuren.
“Van een misser word
je sterker,” was de mantra van Bob. En dat klopte. Toen een pijl
onverhoeds over de garage in de tuin van de achterburen, toevallig ook
nog in de arm van de buurvrouw belandde, zag ik er waarschijnlijk
sterker uit dan ik dacht. Ze was woedend, maar toen ze me zag, vroeg ze,
met een klein stemmetje: “ Buurman, wil je dit even uit mijn arm halen?”
“Tuurlijk,”zei ik, “maar wil je voortaan niet meer in mijn
trainingsschema lopen?” Ze beloofde, wat witjes, dat ze voortaan binnen
zou blijven. Kijk, dan voel je het positieve effect van een echte
sportpsycholoog!
De weken verstreken.
Spieren werden zichtbaar. Vooral de buikspieren, nodig voor een goede
ademhaling en dus een perfecte concentratie, kwamen duidelijk naar
voren. Psychisch voelde ik me al de winnaar. Ik begon – helemaal uit
mezelf – ook de ramen te lappen. Ging soms drie keer per dag te voet
naar de supermarkt en begon ’s avonds zelfs twee biertjes minder te
drinken. (Dat laatste heb ik overigens na 1 dag opgegeven. Er stond
niets over bier drinken in wat voor schema dan ook, en Bob had me ervoor
gewaarschuwd: “Pas op, ga niet overdrijven!”). Kortom: ik was er klaar
voor!
Toen Markel vorige
week tegen Groningen vlak voor tijd met twee vrije worpen de zege veilig
stelde, maakte ik met mijn rechterarm een wilde beweging. Zo’n “YES!!!!!”,
weet je wel! Mijn lach, van links naar rechts over mijn gezicht (en weer
terug) verkrampte door een bijna niet te harden pijnscheut. Het voelde
aan alsof mijn hele arm eraf scheurde.
De volgende dag was
het natuurlijk crisisberaad in het medisch centrum. In sneltreinvaart
werd ik via het CWZ(foto’s), Papendal(iedereen aan mijn arm sleuren,
trekken, draaien, wrijven) en weer het CWZ(dikke spuiten in de
staalharde spier!) naar huis gebracht.
Sindsdien komen
medische rapporten met de snelheid van een tweet binnen. Helaas kan ik
daar nu weinig over zeggen. Ik weet dat er minstens 30 darters zijn die
dolgraag zouden willen weten of ik aan het toernooi kan deelnemen.
Dat zien ze zaterdag
12 maart om 20.00 uur in de kantine van de Horstacker!
Freddy Klooté |
|
4 |
Interview met mezelf |
29-12-2010 |
|
De ontvangst is
allerhartelijkst. Ria, de vrouw des huizes, geeft me een kop koffie met
een heerlijke koek, en zegt: “Je weet de weg wel hè? Hij zit boven op
zijn werkkamer, druk bezig met zijn WOB.” Als ze mijn vragende blik
ziet, verduidelijkt ze: “Werk Ontvluchtende Bezigheden.” Op zijn kamer
aangekomen, gaat Freddy net achter zijn pc zitten. “Wat kom je doen?”
vraagt hij met een afkerig gezicht. Als ik hem antwoord dat ik voor een
interview kom, en we dat duidelijk hebben afgesproken, is het snauwerige
antwoord: “O, zoek maar een plaatsje.” Ik kijk de kamer rond en de
aanblik is onvoorstelbaar: kranten liggen hot en her op de grond en op
de twee stoelen die naast zijn bureau staan. Tenminste, waar ik denk dat
zijn bureau staat. Ik zie een plek waarop minstens een halve meter
papier, pakjes shag, vloeitjes, lege blikjes, een paar borden schuin op
het papier hangend, pennen, potloden, gum, een ouderwetse puntenslijper
(een potlood er nog in), twee nietmachines, ontelbare mapjes in diverse
kleuren, en... kortom, teveel om op te noemen. Hij ziet mijn koffie,
schuift een kuub papier wat opzij en wijst met een snel gebaar
waarschijnlijk naar een plekje waar mijn kopje net tussen past.
“Waar ging het ook
al weer over?” vraagt hij, terwijl hij op de plek voor zijn pc wat
papier de grond op schuift, zodat zijn ellebogen daar kunnen staan, en
hij zijn hoofd daar op kan laten leunen. “Jeetje, wat een hork,” denk
ik, maar zeg: “Over de Magixx playing for Kidsrights.” Alsof plotseling
een heerlijk zonnetje de kamer komt binnenschijnen, verandert zijn
gezicht. Met een brede glimlach antwoordt hij: “Ach natuurlijk! Leuk! En
ben je daarvoor speciaal naar mij toegekomen? Kom op met je vragen!”
Even heb ik het gevoel met een schizofreen van doen te hebben, maar hij
kijkt zo gelukkig, dat ik maar met het interview start.
Zijn geweldige jeugd
in Zeeuws Vlaanderen passeert de revue, evenals zijn schoolloopbaan.
Daarover heeft hij een wel heel filosofische theorie: “Tegenwoordig
hebben de kinderen wiskunde. Vroeger, toen het onderwijs nog wel wat
voorstelde en Nederland op de kennisladder op een zilveren medaille
stond, heette dat heel anders: algebra en meetkunde. Voor beide vakken
had ik een vier, dus voor wiskunde had ik mooi een acht! Geweldige
tijd!”
Hoogste tijd dus om
naar de Magixx over te stappen. Als ik hem zeg dat hij dit jaar nog maar
een paar interviews met de spelers heeft gehad, komt er een wanhopige
blik in zijn ogen: “Tja, wat heb ik hier een pech mee gehad! Nog voor
het seizoen, na de oefenwedstrijden had ik een interview met ene Lance
Smith gepland. Paul Glaap regelt dat altijd en de spelers zijn na de
training “interviewbereid” in de kantine. Zo niet Lance. Na lang zoeken
liep ik coach Michael tegen het lijf. Toen hij vroeg of ik iemand zocht,
en ik de naam Lance uitsprak, keek hij me even onderzoekend aan en zei:
“Hey Freddy, weet je het nog niet? Die is naar huis!” Omdat de
interviews voor DoubleXX geen deadline hebben, vond ik het niet heel
erg. “Oh, dan spreek ik deze week nog wel eens met hem af,” zei ik.
Michael keek me nu bezorgd aan: “Ja maar, hij is naar huis hoor,”
“Morgen trainen jullie toch gewoon? Dan vraag ik het wel na die
training,” antwoordde ik, toch enigszins verwonderd. Michael: “Maar dan
is hij er niet!!” Ik snapte er helemaal niets meer van. “Is hij dan
ziek?” vroeg ik. “Nee, Freddy, Lance is naar huis!!!!” sprak Michael,
nogal nadrukkelijk. Achter me liep Frans van de Geer, die ook in de gang
stond, met grote passen zijn kamer in. Hoestend en proestend, als met
een fikse verkoudheid. “Freddy, ik ga een hapje eten. We zien elkaar
nog!” zei Michael, gaf me een vriendelijke hand en verdween uit de
Horstacker. Verbijsterd bleef ik achter. Toen ik ’s avonds Paul Glaap
belde om een nieuwe afspraak met Lance te maken, en Paul zei dat Lance
naar huis was, dacht ik echt even dat ik gek werd. “Nou, dan geen
interview met Lance,” dacht ik.
Later die week las
ik op het gastenboek dat hij weer naar de States was vertrokken. Ik kon
het me best voorstellen. Als je nooit mee mag trainen en steeds maar
thuis moet zitten.”
Freddy kijkt me
tevreden aan. “Ja, zo heb ik maar druk met die Magixx,” zegt hij, en zet
een vermoeide blik op. Nu is het mijn beurt om verwonderd te zijn: “Is
hij nou echt zo dom, of lijkt het maar zo!” Als ik hem vraag hoe de
Magixx er op dit moment voorstaan, gaat hij op zijn bureau een papiertje
zoeken waar hij dat opgeschreven heeft. Vanonder een stapeltje kranten
haalt hij plotseling een pantoffel te voorschijn. “Yessss!!!” brult hij,
“eindelijk gevonden! Was ik al een paar maanden kwijt.” Hij rent naar de
deur, rukt die bijna uit zijn voegen en roept naar beneden: “RIA, RIA,
ik heb mijn pantoffel gevonden!” “Goed zo,” klinkt een dodelijk
vermoeide stem van beneden.
Tijd voor de
spelregels, vindt hij tenminste. Anderhalf uur aan één stuk ratelt hij
door over seconden, zichzelf steeds verbeterend, omdat hij “nog niet
alles precies weet”. Het is om gek van te worden. Hij ratelt maar door.
Met de minuut ga ik hem meer haten. Als hij even naar adem hapt, zeg ik
snel dat ik nu wel genoeg heb voor mijn interview. “Wil je dan niks meer
over scheidsrechters horen? Of over “een avondje Horstacker?” Het liefst
van al had ik een asbak gepakt en op zijn hoofd in stukken geslagen.
Maar, als goed journalist weet ik mijn geduld te bewaren. Ik geef hem
een hand en bedank hem. “O, ik moet je nog wel even over Nijmegenboy
vertellen hoor. Dat is echt... “ Even kijk ik toch naar de asbak. Als ik
mijn hand zou uitsteken, en dan… was ik gelijk van dit onmens af.
Vermoeid loop ik, zonder nog wat te zeggen de trap af. In de gang staat
zijn vrouw. Ze geeft me mijn jas en zegt zachtjes: “Erg hè.”
Als ik buiten ben
hoor ik het bovenraam opengaan. Zijn hoofd komt te voorschijn en hij
vraagt op smekende toon: “Hey journalist, zou je er nog één ding bij
willen zetten?” Met mijn laatste krachten knik ik. “Zet er alsjeblieft
het volgende bij:
Gelukkig en gezond 2011 voor team, staf, businessclub, bestuur,
vrijwilligers en natuurlijk alle supporters van de
Magixx playing for Kidsrights !
Freddy Klooté
|
|
3 |
Spanning, sneeuw en sensatie |
18-12-2010 |
|
“56
– 55 voor Zwolle!” riep mijn vrouw vanachter haar laptop. “Neeee!!!!”
kreunde ik, “niet weer zo’n wedstrijd!” Alles in me snakte naar
buitenlucht. Kijk, als ik er live bij ben heb ik het idee dat ik door
hard te roepen, nog iets aan de situatie kan veranderen. Maar om telkens
weer een tussenstand te horen, waarbij het verschil minimaal is, houd ik
amper vol. En soms ook niet. Zoals deze avond. “Ik ga de hond van de
buren uitlaten”, riep ik. Mijn vrouw keek me aan alsof ik zei dat ik de
buurvrouw ging uitlaten. Ik rende naar de gang, pakte mijn jas van de
kapstok en stoof de deur uit. Driftig belde ik aan bij de buren. Vrijwel
meteen ging de deur open en een zwaar hoestende buurvrouw keek me
verbaasd aan. “Hallo Ans”, zei ik, “zal ik Fiasco uitlaten?” Omdat ze
wist dat honden in mijn favoriete huisdieren-top-100 niet bij de eerste
99 soorten voorkomt, keek ze me eerst uiterst verbaasd aan. Tussen twee
hoestbuien door, zei ze evenwel: “Freddy, je komt als geroepen. Je weet
dat Kees al een week ziek is, en nu begint het bij mij ook al!” Ze pakte
Fiasco, die ook al, naast het vrouwtje, vreemd naar me stond te kijken,
deed hem aan de lijn, gaf haar kostbaarste bezit aan mij, hoestte nog
wat sneeuwvlokken van de stoep, en zei: “Nou, tot strakjes dan”.
Wel, daar stond de
aardige buurman-in-nood dan. 56-55 in Zwolle en een klein beestje, een
soort marmot, maar dan met wat langere dunne pootjes, aan de lijn. 66
jaar en voor het eerst liet ik een hond uit! Bittere noodzaak, dat wel.
Het beestje en ik zetten ons beiden bibberend in beweging: Fiasco omdat
bibberen zijn way of life is en ik omdat het verrekte koud was. Aan het
eind van de straat begon ik me af te vragen waarom zo’n hondje eigenlijk
in dit weer naar buiten moest. “Om te plassen natuurlijk”, schoot het
door mijn hoofd. Op datzelfde moment, mijn psycholoog Guus moet me dat
maar eens uitleggen, kreeg ik zelf toch een plasaanval! Waarschijnlijk
door de zenuwen, maar dat deed niets af aan mijn paniekgevoel. Ik stond
voor het huis van Henk, een oude vriend, en deed wat ik moest doen:
AANBELLEN! Henk deed open, keek eerst mij verbaasd aan en zag vervolgens
mijn reisgenoot(je). “Hoi Freddy, alles goed?” Ik meende een ondertoon
van bezorgdheid in zijn stem te horen. “Ik moet dringend naar de wc,
hier hou even vast.” Ik duwde Henk de riem in zijn handen en stoof het
toilet in.
Even later kwam ik,
bijna als herboren, de kamer in. Henk, groot dierenvriend, vermaakte
zich al met Fiasco. “Hei, kleine vriend, kom eens bij ome Henk op
schoot,” zei hij met een stem die ik niet van hem kende. Fiasco nam een
fikse sprong en landde sierlijk op het bedoelde lichaamsdeel. “Jaaa, jij
bent mijn grote vriend hè.” kraaide Henk. De vriendschap werd echter ruw
verstoord, toen Fiasco een lang dun pootje optilde en zijn plas deed.
Henk nam het sportief op, maar enkele momenten later stond ik wel
buiten. “Hoe zou het in Zwolle zijn?” wist ik toch nog te denken, en
ging met Fiasco gezwind de hoek om. Wellicht iets te gezwind, want het
was daar gladder dan ik gedacht had. Voor ik aan een eventuele stand in
Zwolle kon denken lag ik languit, armen en benen in de lucht, op de
grond. Ik stond moeizaam en glibberend op, sloeg de sneeuwresten van
mijn kleding en….. “Jeetje, Godallemachtignogaantoe! Fiasco had zijn
kans schoon gezien en was hem gesmeerd! Nergens meer te bekennen. Ik
begon de weg te lopen die ik gepland had, in de hoop dat het hondje
hetzelfde dacht als ik. Dat bleek een misrekening te zijn.
Na een half uur liep
ik met lood en sneeuw in de schoenen op huis aan. Of beter gezegd: op
het huis van de buren aan. En daar kwam ik tot de ontdekking dat engelen
wel degelijk bestaan. Voor zijn huisje zat Fiasco braaf op me te
wachten. Hoewel het donker was, meende ik een spottend lachje om de mond
van het kleine beest te zien. Ik belde aan. Ans deed open en was me
dankbaar dat ik zo’n flinke wandeling gemaakt had. “Met alle plezier
gedaan hoor,” loog ik en stapte even later mijn eigen huis binnen. “Zo,”
begroette mijn vrouw me, “ben je heel Grave rond geweest?” “Ach schat,”
zei ik, “het was zo lekker buiten!” “Nou, wees blij dat je weggegaan
bent. De spanning was niet houden!” Vragend, nee smekend keek ik haar
aan: “En, hebben we gewonnen?” “83-84 voor ons,” gilde ze.
Buiten begon het
steeds harder te sneeuwen. |
|
2 | Groeten uit Leeuwarden |
14-11/2010 |
|
Het
was wel lang wikken en wegen geweest. Wel of niet naar de wedstrijd in
Friesland? Het heenrijden valt wel mee, maar terug is niet altijd een
pretje. Ik dacht daarbij nog even aan de nachtmerrie in Weert.
Uiteindelijk was het natuurlijk weer kleindochter Lisa die me over de
streep trok: “Kom op, joh, opa, gezellig toch. En dan zie je je vriend
Peter de Kannenman ook weer!”
Dus spoedden we ons
een paar uur later noordwaarts. De duisternis ging over in donkerte.
Honderden lantaarnpalen keken ons werkloos aan. Prachtige bezuiniging.
De veiligheid speelt blijkbaar geen rol. Dochter Lily heeft
waarschijnlijk LED-ogen en stuurde feilloos naar het Kalverdijkje 77a:
de arena van de Aris Friesland, onze vrienden, helpers in nood uit
Leeuwarden.
De begroeting met
Peter was allerhartelijkst. Hij heeft daar in Friesland de status van
supersupporter. Er zijn maar weinig mensen die de zaal binnengaan zonder
hem de hand te schudden. Frappant was de mening die we over de wedstrijd
hadden. Die was namelijk exact dezelfde: onze ploeg gaat winnen.
De plek in de
gezellige zaal, bestemd voor de “uitsupporters” was snel gevonden. Een
leuke minitribune waar alle 25 Magixx-supporters, vlak bij het veld
werden neergezet.
Tja, en dan de
wedstrijd. Tot en met het derde kwart is het verloop makkelijk uit te
leggen: Aris nam al snel een grote voorsprong, speelde veel beter,
schoot uit alle hoeken en standen driepunters in het netje en stevende,
met twee vingers in de neusgaten op een monsteroverwinning af! Onze
Magixx hadden helemaal niets in te brengen. De speaker van dienst ging
helemaal uit de bol! “Wat gaan we hier vanavond beleven!”brulde hij
enthousiast, nog niet wetend hoe profetisch zijn woorden op dat moment
waren. Peter kwam een paar keer naar me toe om te vragen of het nog wel
goed ging met me. In de pauze hebben we samen een biertje gedronken en
weinig over de wedstrijd gezegd. Die was immers al lang gespeeld!
In het derde kwart
was de achterstand op een bepaald moment 24 punten. In de zaal klonken
twee soorten geluid: het voldane applaus van De Friezen, en de
onophoudelijke spreekkoren van de supporters van de Magixx. Jawel! We
gingen door! We schreeuwden de kelen schor. Als we peper bij ons hadden
gehad, hadden we vast wel wat plekjes gevonden om die weg te stoppen!
En toen kwam daar
dat moment in het vierde kwart……. Collega Pieter Poortinga spreekt vaak
over “het Momentum”. Dit was echter iets totaal anders. Karel van
Wijnendaele, de legendarische Vlaamse sportjournalist, heeft ooit een
boek geschreven: “Mysterieuze krachten in de sport”. Een prachtwerk dat
gaat over onverklaarbare successen op de meest vreemde momenten. Ze
gebeuren, maar zijn niet uit te leggen. Dat was ook precies wat er in
die Friese hal gebeurde. De klok wees ongeveer nog zo’n vijf minuten te
spelen aan. De achterstand bedroeg zo’n 12 punten. Jullie merken dat het
niet precies beschreven kan worden. Het gebeurde zo plotseling. Je zat,
stond en liep erbij, ging nog harder schreeuwen. We pakten alles, het
tempo schoot omhoog, Thijs schoot eveneens: zijn “driepunter op een
cruciaal moment”! De combinaties waren niet bij te houden. Het vuur
spoot uit de Magixx-ogen. Je voelde het in iedere vezel van je lichaam:
“The moment to kill was there!”
Het waren minuten om
nooit meer te vergeten. 81-82 stond er op het scorebord! “Let’s go
Magixx!!!”vanaf de minitribune met het maxigeluid.
Op de tribunes van
de Aris sloeg de verlamming compleet toe. Ook daar zag men een acute
metamorfose: van onvoorstelbare blijdschap, een soeverein gevoel, naar
sprakeloze verbijstering! De stilte was tot in Groningen te horen (die
zijn dus meteen gewaarschuwd). Vóór tijd verlieten de eerste Friese
supporters de tribunes. Kapot. Gebroken. Het hoofd naar beneden.
Het eindsignaal
klonk als een wekker die ’s morgens keihard afgaat. Iedereen besefte dat
die laatste minuten geen droom waren geweest, maar keiharde
werkelijkheid. GEWONNEN!!!!!!! Supporters en spelers vielen elkaar in de
armen. Het onmogelijke was op onverklaarbare wijze mogelijk geworden.
Boven in de kantine
gaf Peter de Kannenman zijn slotverklaring: “Dit zal ik nooit begrijpen.
Ik verlies nog liever met één punt verschil, dan op deze manier”. Hij
omhelsde me en met lege ogen wenste hij me een goede thuisreis. “Tot in
Nijmegen”, zei hij. Huilen doet zo’n superfan natuurlijk niet! Tenminste
niet in het openbaar.
Door opvallend
stille, bijna ontroostbare straten reden we Leeuwarden uit, op weg naar
het zuiden waar het nieuws al met blijdschap was ontvangen.
Freddy Klooté |
|
1 | W a c h t m a a n d |
28-8-2010 |
|
Het zijn zo langzamerhand
bijnamen met een flinke laag stof erop geworden. Ik doel op de bijnamen
die men vroeger aan de verschillende maanden van het jaar gaf. Weet u
het nog? Februari was de sprokkelmaand, mei de bloeimaand, juli de
hooimaand, oktober de wijnmaand, enz. Voor de maand september had men
niets beters dan herfstmaand weten te verzinnen. Maar ja, toen bestond
er nog geen basketbal. Anders had men die maand vast en zeker de
wachtmaand genoemd.
Immers, het vorige seizoen
lijkt alweer een eeuwigheid geleden. De zekerheid over het voortbestaan
is ons door “de sterke mannen” ook al gegeven, en de eerste boodschappen
in de spelerswinkel zijn ook al gedaan. De trainingen zijn schoorvoetend
begonnen en de eerste proeven van bekwaamheid, in de vorm van
oefenpotjes, zijn achter de rug.
En dan begint de
wachtmaand. Tenminste voor ons, trouwe supporters van de Magixx. Of,
zoals het voortaan netjes heet: de “Magixx playing for Kidsrights”. (Dat
zal voor teletekst nog een hele klus worden om dat zo bij de uitslagen
te vermelden!)
In
die wereld van wachtenden zijn er natuurlijk ook uitzonderingen. Neem
bijvoorbeeld coach Michael Schuurs. Hij begint voor mij zo langzamerhand
de reïncarnatie van Sisyphus te worden. Ter verduidelijking: een
prachtig verhaal uit de Griekse oudheid vertelt over koning Sisyphus,
die de Goden een paar keer te slim af was geweest, maar uiteindelijk
toch zijn straf kreeg. Hij moest een blok marmer een heuvel opduwen.
Toen hij bijna boven was, rolde het blok naar beneden, en moest hij
opnieuw beginnen. En dat ging zo een paar eeuwen door. Nu heeft Michael,
voor zover ik weet, het niet met de Goden aan de stok gehad, noch eender
welke straf verdiend. Toch lijken zijn werkzaamheden de laatste jaren
verdacht veel op het werk van Sisyphus.
Vorig jaar rolde hij zijn
marmeren blok tot de vierde plaats, en met een heel klein beetje geluk
was dat gewoon de tweede plek geweest! En wat zien we nu? Nadat er bijna
geen marmer meer was geweest, kan hij weer opnieuw gaan rollen. Toen ik
hem in de voorbije vakantie sprak, moest ik meteen aan Sisyphus denken.
Ik vergat hem helemaal te zeggen hoe blij ik was hem weer terug te zien:
een enorm enthousiaste, optimistische man, die stond te trappelen om
weer te beginnen! Dus zeg ik het maar bij deze!
Om het lijden van ons,
wachtenden, te verzachten is er een kleine time out ingelast. Zo
halverwege de wachtmaand is er de open dag, met gelukkig een wedstrijd.
En daarna? Tja, gewoon verder gaan en wachten tot de wachtmaand voorbij
is. De tijd doden door af en toe een wedstrijdje op tv mee te pikken.
Iedere dag een paar keer naar de prachtig vernieuwde site gaan (chapeau
Brigitte!). Kijken of er nog geshopt is. Het gastenboek doorsnuffelen.
Zachtjes “dankjewel” tegen Nijmegenboy zeggen als hij weer een leuke tip
of aardig nieuwtje heeft. Glimlachen om de misverstanden. Hardop lachen
om humoristische opmerkingen. Met het basketbalwoordenboek in de hand de
analyse lezen van onze Donarvriend-analiticus Edwin. Me verbazen over
zijn, overigens goedbedoelde, profetische uitspraken over de
speelminuten volgend seizoen van sommige jongens. Jaloers zijn omdat er
al een nieuwe teamfoto van Groningen op mijn Facebook staat. Nog
jaloerser zijn omdat Henry Bekkering daarop staat. Kortom: wachten.
Afwachten. Vol verwachting ook, wat de wijnmaand ons straks zal brengen.
Eén ding weet ik zeker.
Straks zit ik weer op mijn oude plekje in die gezellige Horstacker.
Samen met die kleine duizend andere supporters. Lekker weer genieten van
die unieke sfeer! Begin je instrument maar vast op te poetsen,
Trommelaar!!!
Freddy Klooté
|
|
Red.: ik weet niet of jullie net zo genieten van deze verhalen als ik,
maar dat kan haast niet anders. Laat Freddy via het gastenboek weten hoe
zeer je dit verhaal waardeert. |
|
|
|
|