|
Licht, rook en
een kogel
Het was me wat,
de laatste weken! Leven tussen hoop en vrees, voor elke liefhebber van
onze Magixx. Op het gastenboek van de DXX-site werden zowat alle bij de
Kamer van Koophandel ingeschreven bedrijven als potentiële kandidaten
voor het verstrekken van de benodigde gelden genoemd. Vele ideeën
ontsproten uit de creatieve gedachten van in hun bed naar slaap en geld
zoekende fans. Ons aller Pieter Poortinga onthulde dat hij zijn dagen
bibberend en nagelbijtend doorbracht!
Menigeen zag
het licht. Het groene licht dan. Afgaande op vermeende berichten uit de
wandelgangen. Een bij de Horstacker gesignaleerde paardenwagen bezorgde
enkele getrouwen angstzweet: immers, 5 jaar geleden was alles toch ook
al eens plotseling opgehaald!
Het
traditionele supporterstoernooi zorgde voor een aangenaam intermezzo en
wat afleiding van de zorgen. En meer nog! De solidariteit van de
supporters van de “concurrerende” eredivisieclubs, zorgde voor ongekende
emoties bij onze fans. We kregen een gevoel dat we er niet alleen voor
stonden. Een gevoel dat de Magixx niet alleen in Nijmegen , maar in de
hele Nederlandse basketbalwereld een geliefde club is! Van de donaties
tijdens de busreis van Aris en Donar, moest menig geharde Nijmeegse
supporter een traan wegpinken. De bijval op de site was uniek in de
sportwereld.
En toch bleef
de onzekerheid knagen. Wanneer zou eindelijk de “witte rook” boven de
Horstacker komen te hangen? Het vertrouwen in Raúl en Frans als
voortrekkers van bestuur en businessclub bleef onverminderd groot, al
wist iedereen dat het vechten tegen de bierkaai, in dit geval de
economische crisis geheten, was. Soms is de factor tijd een voordeel,
soms een nadeel. In dit geval was het een aan je ziel knagende rat, die
er voor zorgde dat je ’s ochtends bijna niet meer naar de site durfde
gaan. Bang als je was om slecht nieuws te lezen.
En toen kwam de
nacht dat de kogel door de kerk was! Als een uitslaande brand
verspreidde het nieuws zich door Nijmegen en verre omgeving. Nog nooit
is een kogel met zoveel enthousiasme ontvangen. Volgend seizoen weer
naar onze Horstacker, naar onze jongens! Op het ritme van de Trommelaar
weer voor die unieke sfeer zorgen.
Voor de tweede
keer hebben Raúl en Frans en hun mannen het basketbal in Nijmegen gered.
Een staande ovatie van een volgepakte Horstacker bij de eerste
thuiswedstrijd hebben ze meer dan verdiend. En daarna, als de spelers
van de “tegenpartij” worden voorgesteld ga ik rechtop staan en klap mijn
handen nog eens stuk: als dank voor al die supporters uit Nederland, die
ons zo hartverwarmend hebben gesteund!
Freddy Klooté
End-of-season partij
De organisatie had
blijkbaar niet op zo’n grote belangstelling gerekend, want vijf minuten
voor aanvang van de tweede play-off om het kampioenschap van de eerste
divisie A tussen onze Wildcats Heren 1 en de Hoppers uit Hoorn, moesten
Willie, René en “over the back” Max nog een tweede tribune uitrollen.
De stemming onder de
Nijmeegse supporters was enigszins euforisch. Immers, de eerste
wedstrijd in Hoorn was met duidelijke cijfers door de Wildcats gewonnen.
“Fluitje van een cent”, was de gedachte van menig Wildcatfan. Toen na
een paar minuten onze jongens tegen tien punten achterstand aankeken,
was duidelijk dat Hoorn niet zo ver was gereisd om zich als hopjes te
laten opzuigen. Integendeel! De Hoppers speelden basketbal en de
Wildcats stonden erbij en keken ernaar. Tijd voor de supporters dus om
een handje toe te steken. Onder leiding van “de Trommelaar” ging het
wakker geschrokken publiek achter onze spelers staan. Toch duurde het
nog heel lang voordat de het scorebord een voorsprong in ons voordeel
aangaf: 41-40.
Het was overigens
beregezellig op de tribune. We zaten dicht naast elkaar. Er was geen
oorverdovende muziek, zodat iedere opmerking goed werd gehoord. En
opmerkingen werden er in ruime mate gemaakt! André Carrell (de vader
van) merkte ooit op dat de humor op straat ligt. Nou, deze avond lag hij
duidelijk op tribune 1. Met name Eric van Heeswijk en de fanclub van
Nick Domhof kregen met regelmaat de lachers op de hand.
Er bleek geen vuiltje meer
aan de lucht toen “we” zo’n punt of 14 voorstonden. De snelle en
gevaarlijke nummer 4 van de Hoppers was volledig uitgeschakeld. Na een
prachtig voorbeeld van een airbal en een irritante reactie van deze #4,
werd bij ieder balbezit van deze jongeman uit volle borst “AIRBAL,
AIRBAL, enz.” gescandeerd. En dat door de gehele aanhang van de Wildcats.
Je zag de arme kerel wankelen, passes missen, simpele ballen uit de
handen laten vallen, en de meest onnodige fouten maken. Kortom: Adieu
Patrick Faijdherbe!
Gesterkt door deze
situatie kon ik me niet meer inhouden. Ik sprong recht en riep:
“Kampioenen!!!!!” Talloze bestraffende blikken werden me vanaf de rijen
beneden me toegeworpen. “We zijn er nog niet, hoor!” kreeg ik de wind
van onderen. Beschaamd ging ik weer zitten. We stonden toch vet voor.
Wat kon er nu nog mis gaan?
Toch sloop er een beetje
nervositeit en veel vermoeidheid in onze ploeg. Dat resulteerde in het
slinken van de voorsprong tot 6 punten. Het publiek echter waakte deze
avond als een engelbewaarder over zijn ploeg. De aanmoedigingen werden
nog luider, Heinz dreunde nog harder op zijn trommel, en het “AIRBAL,
AIRBAL” was tot in het centrum van Nijmegen te horen!
Het team vond ergens nog
wat laatste krachten. Nick Domhof nam, met al zijn ervaring en klasse,
het heft in handen, en gooide met een gave driepunter op 30 seconden van
het einde, de wedstrijd op slot. Met 88-79 werd Wildcats Heren 1
kampioen. De kampioenstaferelen wil ik jullie niet onthouden.
Springende, dansende, juichende spelers die elkaar ontroerd, maar vooral
blij om de hals vielen. De tribune ging volledig uit zijn dak en brulde
massaal: “Kampioenen, kampioenen!”
De voorzitter van Wildcats,
Frans van de Geer, hield zichtbaar trots een speech, en roemde spelers
en staf voor een schitterend seizoen. Jammer dat, door de economische
crisis, de gebruikelijke champagne door het huisbier vervangen moest
worden! De blijdschap was er niet minder door.
Buiten tijdens “het
narokertje” was iedereen unaniem in zijn oordeel: “We hebben vanavond
een schitterende pot basketbal gezien!”
Mooi was het gebaar nog
van DoubleXX-voorzitter Eric van Heeswijk, die naar me toekwam en zijn
excuses aanbood voor zijn bestraffende blik tijdens mijn, door velen als
voorbarig beschouwde, vreugdesuiting.
“Hoe wist jij toch zo
vroeg dat we zouden winnen?” vroeg hij. “Ach, Eric,” zei ik, “verstand
van het spelletje. Verder niks!”
Klassieker
Zo’n
kilometer of tien vóór Den Bosch begon het echt druk te worden op de
weg. Even dachten we nog aan de Paasdrukte naar de woonboulevards, maar
al snel kregen we in de gaten dat het merendeel van de automobilisten
zich richting Maaspoort spoedde. We waren dus niet de enigen die de
jaarlijkse clash tussen Eiffel R 1 en onze MM 13 wilden zien. Deze
wedstrijd begint de allure van een klassieker in het vaderlandse
basketbal te krijgen! Precies op de afslag naar Empel stond het verkeer
muurvast. Gelukkig kende chauffeur Ab een binnenweggetje naar de
Maaspoort, en kwamen we juist voor het begin van de match in de vooral
op de eerste rij redelijk bezette grote zaal aan.
Een
gevoel van trots overviel me, toen ik onze jongens daar rond coach Alex
Jacobs zag staan, in opperste concentratie luisterend naar de laatste
instructies: de routiniers Graham (“the captain”) Hickford, Pierre
Kosman, Jerry Alberda, Jimmy (“de pijl”) Eichelsheim, Stefan Lunszen,
Frans Leenders, Henny van Dulmen en de gelukkig weer geheel herstelde
Rob Rengers (na een pijnlijke rugblessure, opgelopen bij een
achterwaartse alley oop, waarbij zijn rug door de ring van de basket
geraspt werd), aangevuld met de jonkies Remco Houterman en Max (“over
the back”) van der Wielen. Wilskracht, vastberadenheid, kortgeknipte
strakke koppies: onze Matrixx Magixx 13.
Even,
heel even, zag ik die koppies verbaasd naar hun Bossche opponenten
kijken. Eiffel R 1 had twee verrassingen uit de hoge hoed getoverd: de
broertjes Jos en Bob Frederiks (ex-eredivisionisten van Eiffeltowers en
Upstairs Weert). Verontrust geroezemoes bij de lime-groene aanhang,
gejuich bij de Eiffelfans. Coach Alex bleef, niet voor het laatst deze
middag, de rust zelve, gaf nog wat extra aanwijzingen, en stuurde zijn
jongens het veld op.
Het
werd een bloedstollende 2 x 25 minuten propaganda voor de
basketbalsport. Het spel golfde in een moordend tempo heen en weer. Het
aantal lead changes zou zelfs voor Nijmegenboy niet meer bij te houden
zijn geweest. Onze jongens combineerden dat het een lieve lust was. In
de afwerking waren we niet bepaald gelukkig. De driepunters van Stefan
dwarrelden over de ring, maar floepten er op onverklaarbare wijze weer
uit. Graham verdeelde het spel met het inzicht van “de oude rot” en
Frans was een wervelwind langs de lijn. Iedere Bosschenaar die Jerry
tegenkwam speelde de bal maar snel af, wetende dat passeren geen optie
was. Remco en Max wisten zich snel aan dit hoge niveau aan te passen.
Jimmy en Pierre waren rotsen in de branding en de subtiele passes van
Rob en Henny waren niet te tellen! En Eiffel dan? Die hadden “de
broertjes” en een jonkie dat de sterren van de hemel speelde. Bij de
rust was het 30-28 in het voordeel van Den Bosch.
Opvallend in de rust was de conditie van onze spelers. Daar waar onze
tegenstanders haast door hun stoelen zakten van vermoeidheid, zaten onze
boys ontspannen te luisteren naar de aanwijzingen van Alex. Tja, die
Alex is eigenlijk een verhaal apart. Als coach van een ijshockeyteam in
Duitsland heeft hij natuurlijk al voor heel wat hetere vuurtjes gestaan.
Wat hij in de rust aan zijn spelers overbracht was echt van grote
klasse. Rustig en weloverwogen analyseerde hij de eerste helft. Zijn
positivisme straalde uit op de spelers en de opgelegde taken voor de
tweede helft waren helder en duidelijk. Geen moment van twijfel. Niet
één kleine stemverheffing had hij nodig om zijn (en ons) team voor de
tweede helft het veld op te sturen! Aangezien ik de tweede helft op de
spelersbank mocht zitten, maakte ik de draaimolen van emoties van wel
heel dicht mee. Blijdschap en teleurstelling wisselden elkaar af, als er
weer één van onze Magixx op een stoel neerplofte, happend naar adem en
snakkend naar drinken. Want ook bij ons begon de snelheid en fysieke
stijl van de wedstrijd zijn sporen na te laten. Het absolute hoogtepunt
van de wedstrijd was een ferme dribbel van Graham langs de zijkant. Van
grote afstand scoorde hij een werkelijk feilloze, adembenemende
driepunter. Zo één die snoeihard, met een lage curve de basket geen
schijn van kans geeft! Het publiek ging op de banken! Alex bleef rustig,
wisselde daar waar het nodig was en zijn opdrachten werden bijna
feilloos uitgevoerd. Bijna, want in de laatste twee minuten ging het
toch nog fout. Den Bosch nam een 60-57 voorsprong, trok ten aanval maar
miste gelukkig de vrij simpele lay up. Met nog 30 seconden te spelen nam
Alex een time-out. Ik zat erbij en luisterde gefascineerd naar de te
volgen tactiek, om toch nog een overtime uit de brand te slepen. “Gaan
we ervoor mannen?” vroeg Alex, en voor het eerst hoorde ik een kleine
trilling in zijn stem. “Ja coach!!!!” brulde MM 13, en even leek het of
ik kleine streepjes rook uit de oren van de mannen zag opdwarrelen.
“Adrenaline in zichtbare vorm,” mompelde ik, bijna compleet geveld door
de zenuwen. De 30 seconden die volgden leken regelrecht uit een
nachtmerrie te komen. We raakten de bal kwijt aan de rand van het veld,
pal voor de spelersbank. Een Bossche speler nam de bal over en passeerde
met beide voeten ruim de zijlijn. Hij vloog bijna in de groep spelers op
de bank.
“UIT
!!!!!!!! klonk het uit tientallen Nijmeegse kelen. De scheidsrechter
stond, zo zag ik, op het moment van de Bossche fout, verscholen achter
de imposante spiermassa van Graham. Hij zag niks, en kon ook niks zien.
Geen call dus. Onze spelers ontploften bijna bij het aanschouwen van
zoveel vermeend onrecht, hen aangedaan.
Ze
keken bijna smekend naar hun coach, als vroegen ze toestemming om hun
protesten flink kracht bij te zetten. Tot overmaat van ramp kreeg Jerry
per ongeluk met kracht de wedstrijdbal tegen zijn voet, waarop het ronde
onheilsding met kracht door een open deur op de tweede ring, uit het
gezichtsveld verdween. De scheids floot wijselijk voor het einde van de
wedstrijd. Alle hens aan dek voor Alex, die echter met een
onverstoorbaar gezicht, zijn rood aangelopen spelers op hunstoeltje
dirigeerde. Zijn kalmte had de uitwerking van een wonder: nog geen
minuut later liepen onze jongens met een glimlach langs hun Bossche
vrienden en de scheidsrechter, en toog men gezamenlijk naar de douches.
Wat
volgde was een kleine twee uur van verbroedering. De Brabantse
gastvrijheid was weer optimaal, en werd kracht bijgezet met een
uitstekend warm en koud buffet.
Hans
van Wanrooij, de voorzitter van de Bossche supportersclub hield nog een
gloedvolle toespraak, waarin hij de bijzondere band tussen de twee
supportersgroepen, ontstaan na een bijzonder vervelende gebeurtenis,
uitvoerig beschreef. “Jullie zien ons weer tijdens jullie
supporterstoernooi”, aldus Hans.
Moe
maar voldaan trokken we huiswaarts. We waren nog net getuige van het
binnenstromen van de automobilisten, die wel erg lang in de file hadden
gestaan, en zodoende het hoofdgerecht van deze middag hadden moeten
missen.
Voor
hen restte slechts het toetje.
Maar,
het moet gezegd, ook een toetje kan lekker smaken!
Freddy
Klooté
Winkelen
Al
maandenlang was mijn vrouw bezig met de verlichting in onze huiskamer.
De ene week was het te donker en de week daarna weer te licht. Na een
intensieve zoektocht op internet had ze vorige week reden tot
blijdschap. Ze had precies gevonden wat ze zocht. Even had ik nog de
hoop dat één en ander thuis kon worden afgeleverd, maar al snel kwam ik
er achter dat we toch echt naar een grote show van een verlichtingszaak
moesten. “Mijn God, wat een ellende”, dacht ik. “Gezellig, schat”, zei
ik, en probeerde de weerzin van mijn gezicht weg te houden. “Haha, goeie
poging”, lachte ze. Tja, na zoveel huwelijksjaren zijn zelfs je
gedachten een open boek geworden.
Dus
afgelopen zaterdag naar Nijmegen. Op zoek naar hangende, staande of
misschien wel zwevende verlichting. Op de ruime parkeerplaats was nog
amper een plaatsje te vinden. Met andere woorden: we waren niet de enige
lichtzoekers. Binnen gekomen werden we opgewacht door mannen in zwarte
pakken, die ons vroegen of ze van dienst konden zijn. “We kijken op ons
gemak wat rond”, zei vrouwlief, die bij dit soort gelegenheden gelukkig
het voortouw neemt. We kregen een plattegrond mee, en de speurtocht kon
beginnen. Ook kregen we beiden een lot voor de grote loterij, die het
sluitstuk van de dag zou worden.
Na
anderhalf uur kijken, wikken en wegen hadden we besloten dat we voor
schemerlampen gingen. Dus op naar de speciale schemerlampenshow, in een
aparte ruimte, achter in het reusachtige gebouw. Het was er ontzettend
druk! In het midden van de zaal was een podium opgezet en stond een man
met een microfoon het publiek van informatie te voorzien. We waren maar
net op tijd, want achter ons werden de schuifdeuren gesloten en kon de
show beginnen.
De
lampen werden als ware kunstschatten het podium opgebracht. “De
nostalgie is weer helemaal terug”, brulde de man in de microfoon, “uw
speciale aandacht voor de lampenkappen!” En warempel, daar kwam het
eerste model. Het leek een wat ouder model, in grijs-zwart. De
presentator stak de stekker in het stopcontact, maar er gebeurde niets.
“Zozo, een eigenwijze lampenkap”, zei hij lachend. Hij draaide de lamp
eruit en verving hem door een andere. Weer gebeurde er niets. Uit het
publiek klonk wat gefluit en zelfs een enkele “boe”. “Deze lampenkap
kent de spelregels niet!” zei de man op het podium. Hij stak er nog maar
eens een andere lamp in en draaide wat aan de kap. Het werd wat stiller
in de zaal toen hij de lamp omhoog hield en de stekker weer in het
contact stak. Het enige wat er gebeurde was dat de kap eraf viel. De man
kreeg een wat roder hoofd, en de zaal begon op stoom te komen: gelach,
gefluit en “boe”geroep. Toch redde hij zich er nog netjes uit: “Deze
arrogante, zelfingenomen lampenkap wordt wegens technische fouten
afgekeurd!”
Het
was tijd voor het tweede model. De presentator pakte het nu anders aan.
De houder met lamp werd zonder kap getoond en aangesloten. Hij brandde,
hetgeen een luid applaus in de zaal teweegbracht. “En dan nu de
lampenkap”, zei de man triomfantelijk, “ook deze in de trendy
grijs-zwarte kleur”. Hij pakte de lampenkap vast en probeerde hem op de
voet te draaien. Maar hoezeer hij ook draaide en duwde, de lampenkap
kwam niet vast te zitten. De zaal werd nu echt jolig. Hier en daar werd
gezongen: “Hiha lampenkap!” De inmiddels vuurrode en hevig zwetende
presentator riep, bijna wanhopig: “En dan nu de laatste uit deze serie!”
“Jaaaaa!!!!!” brulde het publiek. De man pakte de derde houder met lamp
en zette hem op de tafel. Een collega van hem reikte hem de alweer
grijs-zwarte lampenkap aan. Het zal wel aan de zenuwen van de arme man
hebben gelegen, want toen hij de kap aanpakte greep hij dwars door de
stof heen. De zaal kwam niet meer bij. Massaal klonk het “hiha
lampenkap” nu. “De grijze lampenkappen hebben gefaald”, zei de man bijna
snikkend. Hij strompelde van het podium en de collega nam het van hem
over.
“Over
een kwartier gaat de show verder” sprak deze wonderbaarlijk kalm. “U
zult begrijpen dat we onze grijze lampenkappen nog eens flink laten
onderzoeken. Na een herexamen nemen we ze misschien nog in onze
collectie op”, grapte hij er nog achteraan.
“En”,
zei mijn vrouw, “vind je het winkelen nog zo vervelend?” Snikkend van
het lachen schudde ik mijn hoofd.
Bij de
uitgang vroegen de heren in het zwart naar onze loten. “Hé, meneer! U
heeft prijs! Momentje”, zei een van de mannen. Hij kwam terug met een
grote doos, kleurig ingepakt, met een grote strik eromheen.
Thuisgekomen werd de doos op tafel gezet. Aan mijn vrouw de eer om de
prijs uit te pakken. Nadat alle papier verwijderd was, stond hij daar in
volle glorie op tafel.
Een
schemerlamp met een grijs-zwarte lampenkap.
180
of minder
Toen
na de wedstrijd tegen Bergen op Zoom Graham en Alex via flyers
meedeelden dat MM13 op 23 januari 2010 een dartstoernooi zouden
organiseren, ging menig hart wat sneller slaan. Want, zeg nou eerlijk,
wie heeft nooit eens met zo’n pijltje gegooid?! Nou, ik wel, in ieder
geval. Ik zal een jaar of twaalf geweest zijn, toen mijn vader trots met
een dartbord en pijltjes thuiskwam. Het schilderijtje in onze kleine
gangruimte was snel van de muur gehaald en aan de vrijgekomen spijker
pronkte ons nieuwste bezit. Als twee samenzweerders lachten we naar
elkaar. Mijn moeder kwam kijken, keek bedenkelijk en zei niks. En dat
zei veel! Heel veel!
Mijn
vader begon het spel en gooide de eerste pijlen prachtig in het bord.
“Kijk Freddy, zo doe je dat”, sprak hij met een zweempje trots in zijn
stem. Hij keek me aan, gaf me een knipoog, draaide zich om en gooide
zijn derde pijl. Met een dof geluidje boorde die zich in de muur. Witte
stukjes steen vielen op de grond, de pijl stond onberispelijk vast in de
muur. Voor het eerst in mijn leven hoorde ik mijn vader vloeken. Mijn
moeder was snel ter plaatse. Terwijl ze de schade in ogenschouw nam,
viel de pijl, alsof hij op haar had gewacht, uit de muur. Zonder wat te
zeggen haalde ze het bord van de muur, hing het schilderijtje weer
terug, pakte de pijlen en liep het gangetje uit. “Ik heb nog niet eens
gegooid!”zei ik verontwaardigd. Dat is er thuis ook nooit meer van
gekomen.
Tegenwoordig zijn de mensen heel wat slimmer! Zo besloot Marcel
Cornelissen, nadat hij van het toernooi had gehoord, om thuis met zijn
gezin flink te gaan oefenen. Hij maakte een flinke houten omlijsting,
waarin het bord opgehangen kon worden, en die de misgegooide pijlen
netjes kon tegenhouden. Het fraaie bouwwerk werd tussen de deur en het
raam in de hoek van de kamer aan de muur bevestigd. Het gezin
Cornelissen kon aan de training beginnen. En gegooid werd er! Marcel
glom van trots. Dat had hij toch maar mooi voor elkaar. Toen oma
binnenkwam ging er een gejuich op. “Kom op, oma, gooien!” brulde het
hele stel. Heel even aarzelde oma, maar ze trok haar jas uit en zei
vastberaden: “Kom hier met die pijlen!” “Je moet wel hard gooien hoor.
Het staat een beetje raar als je het bord niet haalt”, gaf Marcel nog
een laatste advies aan zijn schoonmoeder. Oma bekeek het pijltje, keek
naar de kast met het bord, en gooide met alle kracht die ze had. De pijl
vloog met krakend geluid dwars door de grote ruit van de woonkamer. Het
werd doodstil in de kamer. “Godver”, zei Marcel, “het was nog dubbel
glas ook!”
Zo’n
50 dart liefhebbers hadden zich zaterdagavond in de Horstacker
verzameld. De zaal was keurig ingericht en er zou op drie borden worden
gespeeld. Alle namen van de deelnemers werden bij de inschrijving in een
pot gedaan. Om half acht werd er geloot. De organisatie was uitstekend.
Alles werd duidelijk uitgelegd en de afgesproken tijden werden tot op de
seconde gevolgd. Kortom: diepe buiging voor Graham en Alex en hun
vrijwilligers. Dank aan alle tellers, die, soms met gevaar voor eigen
leven, bij een dartbord stonden. Want naast de categorie van hele goeie
darters waren er de nodige eh…… hoe zal ik het zeggen…….. uit de
categorie “de oma van de familie Cornelissen”. Ze was overigens zelf wel
aanwezig, maar speelde niet mee. “Iets met de verzekering”, volgens
Marcel.
Zelf
had ik het prima getroffen met de loting. Ik moest tegen een jongen uit
Oss, waarmee ik toevallig buiten een sigaretje had staan roken. Hij had
een arm in het gips na een val van de trap, waarbij hij zijn
scheepsbeentje had gebroken. Hij had duidelijk een medische achtergrond,
want toen ik hem verbaasd vroeg waar dat beentje eigenlijk zat,
antwoordde hij heel beslist: “In mijn rechterarm!”
Terug
in de bomvolle kantine ging ik naar het wedstrijdformulier en keek wie
ik eventueel in de finale kon tegenkomen. Graham zag me kijken en zei
dat Jimmy Eichelsheim een kandidaat was die ik in de finale kon treffen.
Langs de tafel met de bekers pakte ik heel even de overwinningscup vast.
Ik zou hem rechts op mijn bureau zetten.
Over
de wedstrijd zelf kan ik kort zijn. Ik had medelijden met mijn zo zwaar
gehandicapte tegenstander en bleef hem een beetje volgen in de score.
Hij was duidelijk blij dat hij een kleine voorsprong had. Ik verdeelde
mijn pijlen een beetje over het hele bord, net alsof ik aan het oefenen
was. Toen er nog twee minuten te spelen was, begon de twijfel aan me te
knagen. “Eigenlijk kan ik er toch ook niks aandoen dat hij van de trap
is gevallen”,dacht ik. Mijn beslissing was genomen. “Nog één minuut”,
klonk het door de luidsprekers. Ik kon uit op de dubbel 10. Ik treuzelde
nog wat zodat mijn tegenstander niet meer zou hoeven gooien. Met zo’n
arm. Dat wilde ik hem niet aandoen. Voor de spanning gooide ik de eerste
2 pijlen vlak naast de dubbel 10. Op het moment dat ik mijn beslissende
pijl wat heen en weer bewoog, ging Frans van de Geer, die naast baan 1
stond, weg. Ik kreeg de volle tocht vanuit de gang op mijn hand, die
heel even trilde. Dat bleek voldoende om de pijl op 2 mm van de zo
begeerde dubbel in het bord te rammen. Uitgeschakeld!!!!!
Om
kwart voor negen ging mijn droom aan flarden. Urenlang trainen in de
bittere kou waren voor niets geweest. Ik schudde mijn tegenstander de
hand en het eerste uur daarna liep ik wat verdwaasd rond en ging vaak
met een biertje in de hand buiten een sigaretje roken. Dat dochter Lily
even naar buiten kwam om te zeggen dat zij wel door was naar de tweede
ronde gaf een gemengd gevoel. Enerzijds trots natuurlijk. Aan de andere
kant schaamte, omdat ik haar diezelfde middag had geleerd hoe ze een
pijltje moest vasthouden.
Maar
ja, als topsporter weet je dat er nieuwe kansen komen. En heel Nederland
weet dat “ieder nadeel zijn voordeel heb”. Mijn voordeel deze avond was
dat ik nu de tijd had om met heel wat mensen een potje te kletsen. En
gezellig was het! Met Sjors Poels bijvoorbeeld: “Ik doe niet mee, want
ik moet steeds naar beneden gooien. Ik moet door mijn knieën zakken om
de dubbel 20 te kunnen zien!”
Of met
DoubleXX-voorzitter Eric van Heeswijk: “Graham kent mijn gemiddelde en
heeft me gevraagd om alstublieft niet mee te doen”.
Na een
zinderende finale won uiteindelijk Jimmy Eichelsheim van Kees van Eldik.
Het
wachten is nu op het volgende toernooi en op een tochtloze gang.
Kerst en andere ongemakken
Ieder
jaar vraag ik me weer af hoe het toch komt dat ik me tijdens de
Kerstdagen voel alsof ik schoenen draag die drie maten te klein zijn. Je
komt er de dag wel mee door, maar je hebt zo’n knellend gevoel en je
kunt geen kant uit. Het lijkt wel of ik zelf jarenlang in een kribbe met
stro heb gelegen!
Het is
allemaal begonnen toen ik nog op het voortgezet onderwijs zat. Als
fanatiek voetballer was het een paar weken zwaar pet. Geen wedstrijden.
Dus daar zat je dan te wachten tot de competitie weer verder ging. Ook
geen wedstrijden in de Belgische eerste klasse. Dus niet naar Brugge om
je keel rauw te schreeuwen voor de jongens van “Club”. Bovendien meende
de leiding van mijn school me een groot plezier te doen door een
Kerstrapport mee te geven, hetgeen in huize Klooté de feestvreugde nu
niet bepaald tot grote hoogten wist op te krikken.
Na het
actieve voetballeven startte ik een nieuw leven als zanger in een
rockband. Een aantal jaren waren de Kerstdagen tijden van veel optredens
en dus veel lol. De verzoening met het Kerstfeest leek nabij, maar kwam
er nooit van omdat er nergens gevoetbald werd en ik mijn plaatsje in de
“Brugse spionkop” wel erg miste.
Na
mijn huwelijk werd ik eindelijk volwassen. Dacht ik. Aan de viering van
Kerst veranderde niks. Mijn vrouw kookte voortreffelijk, maar…. geen
voetbal. Dan de verhuizing vanuit het Vlaamse land naar Grave. Hier geen
Club Brugge meer, dus alle ellende rondom het Kerstleed zou eindelijk
voorbij zijn. Vergeet het maar!
De
eerste Kerst zouden we naar Zeeuws Vlaanderen naar mijn ouders gaan.
Vlak voorbij de Kennedytunnel in Antwerpen kregen we motorpech en
stonden we urenlang langs de snelweg. “Zie je wel!” zei ik tegen mijn
vrouw, “het is weer Kerstmis.”
En zo
is het sindsdien ieder jaar wel iets.
Een
paar jaar geleden ontmoette ik toevallig Guus, een oud-klasgenoot. Hij
was nog steeds dezelfde leuke, vrolijke kerel van vroeger. Hij bleef,
samen met zijn vrouw, een paar dagen bij ons logeren, en we hadden vaak
een meer dan gezellige tijd. Hij was psychiater geworden en kon daar
geweldig over vertellen. Ik lag meermaals in een deuk van het lachen
over zijn prachtige praktijkverhalen. “Wat zitten we toch raar in
elkaar!” gierde ik het uit. “Ja Guus,” zei mijn vrouw, “je praat nu met
iemand die niet tegen Kerstmis kan. Ja, eigenlijk allergisch is
daarvoor”. Ik probeerde nog haastig het gesprek een andere wending te
geven, maar het kwaad was al geschied. Guus ging er serieus op in, en
voor ik het wist lag ik op de logeerkamer op de bank mijn verhaal te
doen. Guus luisterde en na mijn verhaal, waarin Club Brugge vaak
voorkwam, overspoelde hij me met technische termen uit de psychiatrie.
Nog één sessie de volgende dag, en ik was “genezen”.
En
verrek, vorig jaar nergens last van gehad!
Na de
laatste wedstrijd van de Magixx tegen Bergen op Zoom was ik nog een
tijdje in de Horstacker gebleven. Nog met enkele spelers gepraat, met
Lukas en met Michael, en met enkele supporters. De volgende ochtend
kreeg ik weer dat lege gevoel dat ik maar al te goed kende: voorlopig
even geen wedstrijden meer! Op maandag kreeg ik met de auto een lekke
band. “Zie je wel”, dacht ik, “het wordt weer Kerst!” En verdorie, op
dinsdag weer een lekke band! “Shit, Kerst!” schoot het door mijn hoofd.
Mijn
schoenen begonnen te knellen, en mijn vrouw had het natuurlijk weer
direct in de smiezen. “Bel Guus maar eens op”, zei ze, op de haar
kenmerkende manier, die geen tegenstand duldt.
Guus
schoot in de lach toen ik hem belde. “Heb je de eerste seizoenshelft
goed afgesloten?” zei hij. Ik vertelde hem wat ik na afloop van de
laatste wedstrijd allemaal had gedaan. Heb je iedereen prettige
feestdagen en een gelukkig nieuwjaar gewenst?” vroeg hij streng.
“Jeetje!” zei ik, “vergeten!” “Doen”, zei Guus.
Nou,
bij deze:
IK WENS ALLE SPELERS, DE STAF, HET BESTUUR, DE
SPONSORS, ALLE SUPPORTERS, DE COLLEGA’S VAN DOUBLEXX, HELE FIJNE
KERSTDAGEN EN EEN FANTASTISCH 2010!!!!!!
Trommelaar
Langzaam maar zeker stroomde de Horstacker weer vol. Leuk om te volgen
is dat de meeste trouwe supporters hun vaste stekje hebben. De
tegenstanders uit Weert lagen bij mijn binnenkomst al op de grond. Een
goed teken! Immers, onze jongens waren nog steeds bezig om de kwaliteit
van de basket te testen. Zo’n laatste half uurtje voor aanvang van de
wedstrijd is best gezellig. De kansen van de Magixx worden gewikt en
gewogen en de laatste nieuwtjes worden uitgewisseld. Mijn vaste buurman
Jan, die mijn hart heeft gestolen toen hij na een foutieve beslissing
van een kale scheidsrechter riep: “Hangt je haar voor je ogen!” vertelde
schijnbaar terloops dat hij opa ging worden. Toen ik hem aankeek en
feliciteerde zag ik de trots in zijn ogen. Kortom, zo’n avond, waarop
niks fout kan gaan.
Tenminste, dat dacht ik. Toen de spelers in de kleedkamers verdwenen
waren, stootte Oscar, mijn vaste linkerbuurman, mij aan en zei: “Waar is
de trommelaar?” Een blik naar de vaste plek van de trommelaar gaf het
antwoord. Niet aanwezig!
Binnen
enkele seconden verspreidde het nieuws zich over de tribune. Het zorgde
voor meer commotie dan het bericht dat Michael Flowers niet kon spelen.
En niet ten onrechte. Meteen nadat de scheidsrechter de bal vrijgaf voor
het begin van de wedstrijd en de eerste aanval van de Magixx een feit
was, bleef het betrekkelijk, maar toch ook zeer duidelijk stil in de
leukste sporthal van Nederland. Een voorzichtig getoeter klonk zachtjes
door de hal, gevolgd door een enkeling, die met gesmeerde keel luid
“defense” probeerde te roepen. Het ritme was echter volledig zoek, wat
leidde tot een kakafonie van roepen, toeteren en ratelen.
Het
publiek was volledig de weg kwijt. Niet omdat het niet wilde, maar de
dirigent, de maestro, de regisseur met de maatgevende trommel was er
niet. Er was ook geen coach die een time-out kon aanvragen voor het
publiek om zich te reorganiseren. Hier en daar was er een individuele
actie, maar dat zette geen zoden aan de dijk. Na een score van onze
jongens kon er opgelucht gejuicht worden, maar als het spel gewoon liep,
was het op de tribunes een regelrechte chaos. Hoezeer de oma en moeder
van Deborah Cornelissen ook ratelden met hun maxi-ratelaars, het lukte
niet om de Magixx-supporters op één lijn te krijgen!
Zelfs
onze spelers kregen er in het tweede kwart een kleine terugval van.
In de
pauze buiten, waar alle “frisseluchtzoekers” onder het genot van een
sigaretje, altijd samen komen was de afwezigheid van onze trommelaar het
gesprek van de avond. “Ik heb hem vanmiddag nog gezien”, zei Jerry,
tussen twee reusachtige halen aan zijn sigaret door. “Is zijn trommel er
ook niet?” vroeg achterbuurvrouw Karen met een vertwijfelde blik.
Ook
coach Michael zal het er in de rust flink ingetrommeld hebben dat er
ondanks de afwezigheid van de trommelaar flink geknokt moest worden. De
spelers hadden de boodschap begrepen en speelden een knappe derde kwart.
Het
publiek kon naar hartenlust juichen en vergat op die momenten ook even
de trommelaar. Even…. want als het spel wat heen en weer kabbelde zaten
de toeschouwers er toch weer wat verweesd bij. Enkele toeteraars
trachtten nog wat ritme in de aanmoedigingen te brengen. Twan, de dj van
dienst, probeerde zelfs de trommelaar na te bootsen. Ja daaag, daar
trapte dus geen hond in!
Gelukkig wonnen we de wedstrijd, die de geschiedenisboeken zal ingaan
als “de wedstrijd waarin het publiek de weg kwijt was”.
Informatie vanuit het bestuur leerde mij dat er voor bijna elke situatie
wel een noodscenario bestaat, maar de afwezigheid van de trommelaar was
zo’n onvoorstelbaar gegeven, dat hierop niet adequaat gereageerd kon
worden. De in allerijl gebelde plaatselijke drumband was in verband met
de viering van een gouden bruiloft niet beschikbaar.
Ik
stel voor dat in de toekomst de trommelaar een eventuele afwezigheid van
te voren meldt, zodat het bestuur de wedstrijd af kan gelasten.
Eén
persoon kon het gemis van de trommelslagen wel waarderen. De kleine Isa
Vermeulen had in de eerste 5 minuten papa Thijs 9 punten zien scoren, en
ging tevreden slapen.
Freddy
Klooté
Het is weer begonnen!
Vanochtend vroeg wakker geworden, met een onbestemd gevoel. Je weet dat
er iets is, maar je kunt het nog niet benoemen. Je ligt nog wat suffig
te gissen. De wind is al klaarwakker en buldert tegen de ramen. En dan
opeens zit je rechtop. Je weet het! Vandaag is die lange hete zomer
zonder echt basketbal voorbij. De eerste wedstrijd van de Magixx wordt
vanavond gespeeld. Dat wordt een lange dag! Dus maar zoveel mogelijk
dingen doen, zodat de tijd vlug voorbij gaat.
Aangezien mijn vrouw al enkele maanden driftig afval aan het scheiden
is, rijd ik eerst naar de milieustraat. Met plastic (1 zak) en lege
blikjes (3 zakken). En met de auto, dat dan weer wel. De fiets was geen
optie: het stormde, 4 zakken kon ik onmogelijk vervoeren, en hij is 15
jaar geleden gestolen! Wil je nog meer uitvluchten? Zo ging het eerste
uur snel voorbij. Daarna kwam kleindochter Lisa haar huiswerk maken.
Helaas, zij zat met dubbele zenuwen. Ze moest ’s middags zelf een
wedstrijd spelen en de wedstrijd tegen Rotterdam kon ze ook al niet uit
haar hoofd krijgen. Dus de Engelse woordjes kreeg ze niet in haar hoofd.
Om 3
uur met haar en dochter Lily (die de lunchpakketten had klaargemaakt
voor onze jongens, en dus ook volop “in Magixx” was), via de Horstacker
naar Wageningen. En zo zaten we de rest van de middag en vooravond met
onze gedachten weliswaar bij het basketbal, maar verdween het
Magixx-gevoel wat naar de achtergrond. De wedstrijd van Lisa werd
kansloos verloren. Was dat een slecht voorteken? Lisa had de nederlaag
snel verwerkt: “Opa, ze winnen toch wel vanavond hè?”
“Tuurlijk!” zei ik met ernstig gespeelde zekerheid. De lange zomer trok
in mijn hoofd voorbij. De eindeloze rij vragen over nieuwe spelers in
het gastenboek van DoubleXX. Dan toch nieuwe spelers. Oefenwedstrijden
die bijna de status van echte wedstrijden kregen. Artikelen in de pers,
waarin de MM beduidend zwakker werden genoemd dan afgelopen seizoen. De
twijfels...
Iets
na achten kwam ik thuis. Mijn vrouw vroeg belangstellend of de
uitwedstrijd wellicht in Parijs was gespeeld, maar zat ondertussen wel
al klaar achter de laptop om het eerste nieuws uit Rotterdam op te
sporen. Ik keek wat naar NEC op tv. Ondertussen kwamen de eerste standen
binnen. “Ze staan achter,” klonk het vanachter de laptop.
“Tuut-tuut-tuut” klonk de MSN. Lily berichtte dat we achter stonden. Ik
concentreerde me op NEC, maar merkte dat ik naar AZ zat te kijken.
“35–32
bij de rust,” klonk het vanachter de laptop. “Tuut-tuut-tuut,” werd via
MSN bevestigd. “Ik ga even naar het toilet,” zei ik met een voor mijn
vrouw herkenbare trilling in mijn stem. “Je blijft daar niet zitten,
hoor!” zei ze lachend. Ze doelde daarmee op het verleden, waarbij ik
tijdens het laatste kwartier van een spannende Europacupwedstrijd
voetbal op het toilet ging zitten, en pas na afloop weer ten tonele
verscheen. Jeetje, op zulke momenten lijkt mijn vrouw wel op Char. Dan
kan ze echt gedachten lezen!
Toen
onze jongens op voorsprong kwamen, hield ik het echt niet meer uit. “Ik
moet verdorie weer al,” stamelde ik, en stoof naar het toilet. Ik hoorde
mijn vrouw schaterlachen. Toen ik terug kwam, keek ze me aan : “Ze
hebben gewonnen!” Ik liet me op de bank vallen en schreeuwde: “Ik wist
het!!!” “Lafaard”, zei mijn schat.
Ze
sloot de laptop af en vroeg hoeveel wedstrijden er nog gespeeld moesten
worden. “Nog maar 35”. zei ik.
Freddy
Klooté
Antwerpen
Dochter Lily kwam binnen, terug uit Nijmegen, waar ze de lunchpakketten
voor “onze” jongens van de Matrixx Magixx had bezorgd. Aan haar blik zag
ik dat er iets was. Ze hoefde geen koffie en maakte een gejaagde indruk.
“Goh, pap, voorzitter Frans vroeg nog of ik ook naar Antwerpen ging”,
zei ze. Het kwartje viel met een reuzendreun op zijn plaats. Aha,
mevrouw had zin om naar de Sinjorenstad te gaan!
Visioenen van vroeger schoten door mijn hoofd. Antwerpen... de stad waar
mijn vader me mee naar toenam om naar België – Nederland (voetbal) te
gaan kijken. Als klein manneke naar “de hel van Deurne”. Al die mannen
die ik op mijn kauwgomplaatjes in mijn speciale album had zitten, in het
echt zien! Later met mijn vrouw naar de wielerzesdaagse in het
sportpaleis; naar Rik van Looy, Eddy Merckx en Peter Post. En daarna de
stad in! In één van die honderden gezellige cafeetjes doorzakken en met
de Sinjoren (de bijnaam van de Antwerpenaars) over sport kletsen en een
flinke pint pakken.
“Zullen we gaan, pap? Lisa is met school naar de Ardennen, en Veerle
(andere kleindochter) blijft gezellig bij oma!” Ik pruttelde flink
tegen. Over files en het feit dat ik vast van plan was om naar het
debuut van AZ in de Champions League te kijken. Maar in mijn hoofd
vochten twijfel en ja-zeggen om het hardst een oneerlijke strijd, want
ik wist wat het zou gaan worden.
En zo
kwam het dat we om 7 uur voor een wonderlijk bouwwerk in Deurne stonden:
de Arenahal. Een gerestaureerd fort, omgebouwd tot een echte
basketbal-arena. De allervriendelijkste portier zag onze paars-groene
sjaals en begon meteen enthousiast over de Antwerp Giants te vertellen:
“Awel, normaal spelen we onze wedstrijden in de Lotto Arena, naast het
sportpaleis. We hebben dan gemiddeld zo’n 4500 toeschouwers. Omdat het
bij een vriendenmatch nooit druk is, wijken we dan uit naar hier, waar
we ook begonnen zijn. Ge zijt hier waarschijnlijk nog nooit geweest.
Awel, ‘k ga u de zaal laten zien!” Hij liep voor ons uit, wees naar het
ingebouwde restaurant “ ’t Fortje” (“voor als ge dorst ebt”) en toonde
trots de zaal. En trots mocht hij zijn! Een echte arena was het, met om
het speelveld hoog oplopende tribunes. Leuke kleuren en een gezellig
geheel. Overigens moeten de fans diep in de buidel tasten voor een
seizoenkaart: € 275,-
Inmiddels zagen we nog een tiental MM-fans, inclusief voorzitter Frans.
Bij Michael, Lukas en Paul gingen de handen de lucht in ter begroeting.
Het aantal Antwerpse fans bleef beperkt tot een 200, meest stille
personen. De MM-fans daarentegen waren overduidelijk aanwezig! De hotdog
met een flinke klodder mosterd in de pauze, bereid door een Sinjoor van
dik in de tachtig, wil ik niet onvermeld laten.
Tja,
en dan de wedstrijd. Jullie weten dat ik er geen verstand van heb, dus
lees de rest maar met een korreltje zout.
Eigenlijk hadden we moeten winnen. Het verschil was de hele wedstrijd
niet groot, maar werd uiteindelijk gemaakt in het laatste kwart. MM had
veruit het meeste talent aan boord. De meeste punten werden uit vaak
prachtige individuele acties gescoord.
Antwerp Giants speelde meer als
team, en dat gaf uiteindelijk de doorslag. Voor Michael is er nog een
hoop werk aan de winkel, maar de mix van zijn kwaliteiten als trainer en
de individuele kwaliteiten van de spelers, geven me alle vertrouwen voor
het komende seizoen.
Dat ik
toch met brandend maagzuur mijn bed in dook lag niet aan de wedstrijd,
maar aan de hotdog!
Afkicken?
Zoals altijd kwam ook
vandaag, zaterdag, mijn kleindochter haar huiswerk bij me maken. Maandag
proefwerk Frans, dus vandaag een uurtje blokken en morgen nog even
herhalen en zeker een goed cijfer in het mandje. Het zijn gezellige
uurtjes met een beetje cola, veel snoep en heel veel basketbal. Dat
laatste uiteraard als er weer een vak is afgesloten. Over onze
gezamenlijke hobby wordt verder alleen gesproken als we een woord
tegenkomen dat daar iets mee te maken heeft. (We hebben toch allemaal
recht op een hele kleine afwijking? Toch?).
Na het Frans kwam
wiskunde. Geen woord met een link naar basketbal… dacht ik. Lisa wist
wel beter : “Wis-te, opa, dat er vanavond een mooie wedstrijd in de
Horstacker is?”
Een half uur later zaten
we er. En niet alleen. Een paar honderd andere fans bleken ook op de
hoogte te zijn. Wildcats jongens onder 16, uitkomend in de eredivisie,
speelde de tweede halve finale tegen Locomotief Rijswijk. De eerste
wedstrijd hadden “de onzen” met 2 punten verschil gewonnen.
Uit gewonnen, dus kon je
met een gerust hart op de tribune plaatsnemen. Niet dus. Een fanatiek
spelend Rijswijk legde de Wildcats het vuur aan de schenen. Bovendien
liepen er een paar rond die het onderdeel “driepunter maken” tot in de
finesses beheersten. “Niet laten schieten!!!!” was de meest gehoorde
angstkreet naast me. Terecht!
De tijd verstreek, de
spanning liep op. Ook het Rijswijkse deel van de tribune liet zich,
ondersteund door 3 fanatieke trommelaars, steeds meer horen. We begonnen
steeds vaker tegen een kleine achterstand aan te kijken. Ik kreeg
alsmaar meer last van wat mijn vrouw vroeger (toen er nog heel spannende
voetbalwedstrijden voorkwamen!) “een rood aanlopend hoofd, dat langzaam
overgaat in paars”. Met nog 1 minuut en 4 seconden te spelen, stonden de
Wildcats 1 punt achter en mocht Locomotief 2 vrije worpen nemen. Mijn
paarse kleur kreeg gezelschap van neerdalende druppels, ook wel
angstzweet genoemd. De vrije worpen werden gemist en de wedstrijd
kantelde volkomen.
68 – 63 werd het. Een
uitslag die niet aangeeft hoe spannend het wel was. Het thuispubliek
bleef minutenlang recht op de banken staan en gaf de jongens een meer
dan terechte ovatie.
Op weg naar huis, met de
ramen wijd open om aan voldoende zuurstof te komen, kwamen Lisa en ik
tot de conclusie dat we ons aan het begin van de week volledig vergist
hadden. “Dit wordt afkicken, meid! We kunnen voorlopig alleen nog maar
dromen van basketbal!” had ik gemeld. Met een klein, treurig knikje had
ze het beaamd. En dan een wedstrijd als deze mogen meemaken!!
Thuis zorgde mijn vrouw
voor het slotakkoord : “Aan jullie hoofden te zien was het spannend!
Zullen we een lime-groen strikje om opa zijn hoofd doen? Dan zijn de
kleuren helemaal ok !”
Freddy Klooté
Klik hier voor een sfeerverslag van Pieter
Poortinga op Jumpshots
Klik hier voor een fotoverslag op Jumpshots
------------------- X
X -------------------
Play-offs
De laatste reguliere wedstrijden zijn
gespeeld. In de meeste takken van sport in competitieverband, zou
Amsterdam nu al kampioen zijn geweest. Onze Magixx zijn op een vijfde
plaats zijn geëindigd. Echter…. In de basketbalcompetitie is er sprake
van play-offs. Oftewel: nieuwe kansen, nieuwe prijzen!
We mogen verder, en alle kansen liggen
nog open. De volgende tegenstander is Bergen op Zoom. Weet je nog wel,
die ploeg die we een paar weken geleden alle hoeken van de Horstacker
hebben laten zien?!? Die wedstrijd waarin werd getoond tot wat de Magixx
in staat zijn? “Ja maar, we moeten eerst uit spelen”, is nu een veel
gehoorde kreet. Ja en …..???? Hebben ze in de sporthal in Bergen op Zoom
landmijnen op het veld liggen? Staan er kanonnen in de hoeken? Eten de
Giants kiezelstenen op hun boterhammen? Drinken ze vóór aanvang van de
wedstrijd een paar liter bloed? Ik dacht het niet!
“Ja, maar, de laatste wedstrijden daar op
de grens van Brabant en Zeeland hebben we niet meer gewonnen”, hoor ik
er al een aantal tegenpruttelen. “De verleden tijd”, zo leerde mijn oude
meester me, “is alles wat al voorbij is. En alles wat nu gebeurt is de
tegenwoordige tijd. Wie steeds aan vroeger denkt, zal nu niet veel
presteren!” Hij heeft de daad bij het woord gevoegd en is 104 geworden.
Zijn woorden ben ik nooit vergeten.
Vanavond zat ik met mijn jongste
kleindochter naar een toneelvoorstelling te kijken. Hoewel we allebei
zeer genoten, zat ik af en toe met mijn gedachten beurtelings in den
Helder en Bergen op Zoom. Tot ik aan mijn oude meester dacht. “Vet hè
Opa”, zei de kleine meid. De rest van de avond was ik helemaal bij het
toneel.
Thuis gekomen keek ik op de DoubleXX-site
en zag dat we na de Giants tegen Amsterdam moeten/mogen spelen. Ook
hierbij kan ik dezelfde litanie afsteken: “Ja, de laatste
wedstrijden... Kijk, als je zo in het leven staat, kun je beter lid
worden van de visclub. Maar ja, dan kun je weer zeggen dat ze de vorige
keer niet wilden bijten!
Resumerend: laten we blij zijn dat we
gewoon verder spelen voor het kampioenschap van Nederland. We mogen
gelukkig tegen de Giants, en niet tegen ZZ Leiden (flauw grapje). We
hebben een goed team, dat als het nodig is, de mouwen weet op te
stropen. Je kunt niet één speler van ons opnoemen die zal zeggen : “Ik
ga niet mee naar Bergen op Zoom hoor. Ik doe het in mijn broek!”
En dan wij, supporters van de Matrixx
Magixx, in heel basketbal-minded Nederland bekend als de trouwste fans,
zullen wij dan het koppie laten hangen omdat we eerst uit moeten spelen?
Ik dacht het niet!
Freddy Klooté
------------------- X
X -------------------
Supporter
“Opa,
wil jij met me meegaan naar de Magixx vanavond? Mama kan niet!”
Het was zover! Ik had deze
vraag al maandenlang gevreesd.
Mijn gedachten gingen terug
naar eind jaren ’60. Ik woonde met mijn vrouw in Zeeuws-Vlaanderen, en
als fervent voetballiefhebber was ik helemaal “blauw–zwart”, de kleuren
van Club Brugge. Iedere thuiswedstrijd toog ik met enkele vrienden naar
“de Klokke”, de Brugse arena. Als “we” gewonnen hadden hoorde mijn vrouw
ons al van ver aankomen, en wist ze dat het nog lang onrustig in huis
zou blijven. Als “ze” verloren hadden, hoorde ze alleen de voordeur
dichtknallen. Vloekend en tierend op iedereen en alles in het algemeen,
en de scheidsrechter in het bijzonder, liet ik me op de bank vallen.
“Verloren, schat?” zei ze dan. Ik was te boos en teleurgesteld om de
ironie in haar stem op te merken. Meestal ging ze naar de keuken en
maakte het avondeten klaar. Zo ongeveer tot de woensdag was ik niet
mezelf. Tien dagen later stond de volgende thuiswedstrijd op het
programma. De rituelen herhaalden zich.
In 1973 verhuisden we naar
Grave, ver weg van Brugge. In het begin zag ik nog wel eens iemand met
een blauw-zwarte das lopen en kreeg ik een steek in de hartstreek. Maar
langzaam verdween de onrust, al keek ik iedere week nog wel naar de
uitslagen op teletekst.
Toen mijn kleindochter een
jaar geleden voor de “Wildcats” ging basketballen, bracht ik haar twee
keer in de week naar “de Horstacker”, en ging ik uiteraard naar haar
wedstrijden kijken. Ik voelde dan een onrust in me opkomen, die me
enigszins bekend voorkwam.
Samen met haar moeder
bezocht ze ook de thuiswedstrijden van de “ Matrixx Magixx”.
“Opa, daar moet je echt mee
naar toegaan. Het is echt supercool! Zoiets heb je nog nooit
meegemaakt!” Ik wist steeds een excuus te vinden dat ik op zaterdagavond
op tv naar voetbal keek. Ergens voelde ik dat ik eigenlijk wel eens
wilde gaan kijken, maar ik ken mijn geschiedenis maar al te goed.
En nu was het dan zover!
Weigeren kon niet, want dat kon ik mijn oogappel niet aandoen.
“YES !!!” brulde ze door de
telefoon. Dat was geregeld.
De wedstrijd was voor mij
een regelrechte happening. Met grote ogen van verbazing liet ik alles
over me heenkomen. Een sfeer die mijn “blauwzwart verleden” in een mager
daglicht stelde. Alles was inderdaad, om met mijn kleindochter te
spreken, supercool. Nee, meer dan dat! Ik wist dat ik voor de tweede
keer in mijn leven verslaafd zou worden! Er werd weliswaar verloren,
maar dat deed aan mijn beleving niets af. Sinds die avond heb ik dus
geen wedstrijd van de Magixx meer gemist. Iedere keer weer werd ik
meegezogen in het enthousiasme van de supporters. Ik zat steevast op de
eerste rij, waar je het zweet van de spelers ruikt en de botten hoort
kraken!
Na de wedstrijd tegen ZZ
Leiden, reed ik samen met dochter en kleindochter zwijgend naar huis. De
voordeur knalde vele decibellen te hard dicht, en vloekend en tierend op
alles en iedereen, en de scheidsrechters in het bijzonder, liet ik me op
de bank vallen.
“Schat, het gaat toch niet
weer beginnen, hè!?” riep mijn vrouw vertwijfeld.
Ik vrees van wel!
Freddy Klooté
|